Een misverstand over een kolenwagen. Een doorgesleten elektrische kabel. Een muur van vuur en giftig gas die zich in minuten door de schachten vreet. Precies 70 jaar geleden, op 8 augustus 1956, stierven 262 mijnwerkers in Le Bois du Cazier bij Charleroi. België herdacht de grootste mijnramp uit zijn geschiedenis — een herdenking die bol stond van emotie, maar ook van politieke spanningen.
De ramp begon op een doordeweekse woensdagochtend met een fatale samenloop van menselijke fouten en technische mankementen. Een slecht geplaatste kolenwagen in de liftkooi trok de elektrische bekabeling stuk. Brand en koolmonoxide raasden door de gangen. Van alle kompels die die ochtend waren afgedaald, overleefden er slechts dertien. Twee weken lang groeven reddingswerkers zich een weg door ingestorte en uitgebrande schachten. Hun boodschap bij terugkomst staat in het collectieve geheugen gegrift: "Sono tutti cadaveri" — het zijn allemaal lijken, zo staat te lezen in de reconstructie van vrtnws.be.
De tol was immens. 96 Belgen lieten het leven, maar het overgrote deel van de slachtoffers bestond uit Italiaanse gastarbeiders. In totaal telde de ramp doden van twaalf nationaliteiten. De tragedie legde genadeloos de schrijnende werkomstandigheden in de naoorlogse mijnen bloot. Het gevaarlijke, slecht betaalde werk stootte steeds meer Belgen af. De regering sloot daarom een akkoord met Italië om arbeidskrachten naar België te halen. Marcinelle werd het kantelpunt. De ramp leidde tot strengere veiligheidsvoorschriften en een fundamentele koerswijziging in de Belgische arbeidsmigratie.
Politie grijpt in bij herdenking
De zeventigste verjaardag verliep niet zonder incidenten. Volgens hln.be moest de politie optreden tegen antifascistische activisten die zich bij de plechtigheid hadden verzameld. Details over de aanleiding en omvang van de interventie blijven schaars, maar het incident onderstreept hoe gevoelig de herinnering aan arbeidsmigratie en de opoffering van gastarbeiders vandaag nog altijd ligt.
De Wever spreekt via video
Premier Bart De Wever was niet fysiek aanwezig, maar richtte zich via een videoboodschap tot de nabestaanden en oud-mijnwerkers. Zowel nieuwsblad.be als HLN maakten melding van de digitale toespraak. De volledige inhoud is niet bekendgemaakt, maar met het eerbetoon erkent de regering het blijvende gewicht van de ramp in de nationale geschiedenis.
Voor de families en de laatste overlevende oud-mijnwerkers draait alles om één ding: de herinnering levend houden. "We willen tonen dat slachtoffers niet vergeten zijn," verklaarde een betrokkene aan nieuwsblad.be. De mijnsite van Le Bois du Cazier, na de sluiting omgevormd tot museum en UNESCO-werelderfgoed, blijft het tastbare hart van die herinnering.