Op woensdag 5 augustus 2026 om 06:35 UTC heeft een gebruikte rakettrap van SpaceX de maan geraakt. Het gaat om een 13,8 meter lange en 4.000 kilogram zware bovenste trap van een Falcon 9-raket, die met een snelheid van ongeveer 8.700 kilometer per uur insloeg nabij de Einsteinkrater op de westelijke rand van de maan. De inslag markeert een groeiend probleem: de toenemende hoeveelheid ruimtepuin in het cislunaire gebied.
Een onbedoelde maanmissie
De rakettrap was een overblijfsel van de lancering van Firefly's Blue Ghost Mission 1 en ispace's HAKUTO-R M2 "Resilience" – twee maanlanders die in januari 2025 werden gelanceerd. Na het volbrengen van zijn primaire missie bleef de trap achter in een baan die uiteindelijk tot een botsing met het maanoppervlak leidde, zo meldt universetoday.com.
Wetenschappers hadden vooraf berekend dat de inslag een krater zou veroorzaken met een diameter van 20 tot 27 meter en een diepte van ongeveer 4 meter. Hoewel er geen directe beelden van de botsing zelf zijn vastgelegd, was de stofpluim die door de inslag ontstond waarneembaar voor waarnemers met de juiste apparatuur.
Internationale observatiecampagne
De Korea Aerospace Research Institute (KARI) speelde een sleutelrol bij het documenteren van de nasleep. De Koreaanse maanorbiter Danuri, ook bekend als de Korean Pathfinder Lunar Orbiter (KPLO), voerde in totaal acht beeldvormingssessies uit boven de inslaglocatie. "Danuri begon ongeveer 30 minuten voor de botsing met observaties en passeerde door baancontrole meerdere keren over de inslaglocatie", verklaarden KARI-functionarissen op 6 augustus. "Via deze waarneming werden veranderingen in het terrein rond de inslaglocatie en sporen van verspreid ejecta bevestigd."
De orbiter wist beelden vast te leggen van zowel vóór als na de inslag, waardoor een gedetailleerde analyse van de veroorzaakte veranderingen mogelijk werd. Ook NASA is betrokken bij het vervolgonderzoek. Het Meteoroid Environments Office van het Marshall Space Flight Center gebruikte grondtelescopen om de inslag waar te nemen, en de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie plant aanvullende observaties met de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO), in samenwerking met KARI.
Astronomen van de Very Large Telescope (VLT) van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili leverden spectroscopische gegevens van het getroffen gebied. Uit deze metingen bleek de aanwezigheid van lithium en natrium, stoffen die door de inslag van het maanoppervlak werden opgeworpen. Het stof verdween binnen enkele minuten na de botsing.
Een groeiend risico
Hoewel de inslag en het resulterende puin geen direct gevaar vormen voor bestaande missies in een baan om de maan of op het maanoppervlak, beschouwen experts het incident als een belangrijk waarschuwingssignaal. Naarmate er meer raketten naar de ruimte en specifiek naar de maan worden gelanceerd, neemt de hoeveelheid achtergelaten materiaal in het cislunaire gebied toe.
Het probleem van ruimtepuin beperkt zich allang niet meer tot de directe omgeving van de aarde. De groeiende commerciële interesse in de maan, met meerdere landers en orbiters van zowel overheidsinstanties als private bedrijven, vergroot de kans op soortgelijke incidenten in de toekomst. De onbedoelde inslag van de Falcon 9-trap illustreert dat gebruikte rakettrappen die na hun missie ongeleid achterblijven, een reëel risico vormen.
De gebeurtenis onderstreept de noodzaak van internationale afspraken over het beheer van ruimtepuin voorbij de aardbaan. Waar voor de lage aardbaan al richtlijnen bestaan over het gecontroleerd laten terugkeren van gebruikte rakettrappen, ontbreekt een dergelijk kader grotendeels voor missies naar de maan en verder. De inslag van 5 augustus 2026 zal naar verwachting bijdragen aan de discussie over verantwoord ruimtegebruik in het cislunaire domein.