Sinds 1 september 2026 is de term 'verkeersdoodslag' officieel opgenomen in het Belgische Strafwetboek. Deze wetswijziging zorgt ervoor dat dodelijke ongevallen veroorzaakt door bewust roekeloos rijgedrag zwaarder worden bestraft en juridisch niet langer enkel als een 'ongeval' worden aangeduid.
De invoering van dit nieuwe misdrijf markeert een significante verschuiving in de Belgische rechtspraak rond verkeersveiligheid. Waar dodelijke incidenten in het verkeer voorheen vaak onder de algemene noemer van een 'spijtig ongeval' vielen, maakt de wetgever nu een scherp onderscheid tussen onoplettendheid en bewuste risico's. Volgens berichtgeving van bruzz.be wordt deze verandering door nabestaanden, zoals nabestaanden, ervaren als een vorm van erkenning.
Zwaardere straffen voor roekeloos gedrag
De kern van de nieuwe wetgeving is dat bestuurders die bewust een ernstig risico nemen, zwaarder worden aangepakt. Dit geldt specifiek voor situaties waarin iemand om het leven komt terwijl de bestuurder bijvoorbeeld onder invloed reed, een veel te hoge snelheid hanteerde, door rood licht reed of geen geldig rijbewijs bezat.
De juridische gevolgen van deze wijziging zijn aanzienlijk. Zoals beschreven door wanted.law, kan de strafmaat voor verkeersdoodslag nu oplopen tot een gevangenisstraf van tien jaar en een geldboete van 16.000 euro. Dit is een verdubbeling ten opzichte van de vorige maximale straffen. Onder het oude rechtstelsel was het plafond voor dodelijke verkeersongevallen, ongeacht de ernst van de fout, vastgesteld op vijf jaar gevangenisstraf en een boete van 2.000 euro, wat volgens advocobe leidde tot kritiek omdat de ernst van het rijgedrag onvoldoende in de strafmaat kon worden vertaald.
Parlementair traject en maatschappelijke druk
De weg naar de invoering van dit misdrijf was het resultaat van jarenlange druk vanuit slachtofferverenigingen en nabestaanden. Zij pleitten ervoor om de term 'ongeval' te schrappen wanneer sprake is van bewuste roekeloosheid. Deze signalen werden overgenomen door minister van Justitie Annelies Verlinden in het kader van een bredere hervorming van het Strafwetboek, aldus informatie van .
Het wetgevingsproces verliep via verschillende stappen:
- Op 10 juli 2025 keurde de ministerraad een eerste ontwerp goed.
- Op 29 januari 2026 stemde de Kamer van volksvertegenwoordigers definitief in met het wetsontwerp, zoals bevestigd door .
- Hoewel de oorspronkelijke datum van inwerkingtreding op 8 april 2026 was gepland, werd dit later verschoven naar 1 september 2026.
Juridische nuance
Met de nieuwe wetgeving wordt het strafrechtelijke debat rond verkeersveiligheid op scherp gezet. De wetgever wil hiermee duidelijk maken dat dodelijke incidenten niet altijd het gevolg zijn van pech, maar soms het resultaat van bewuste keuzes met alle bijbehorende risico's. Door 'verkeersdoodslag' als apart misdrijf te definiëren, kan een dader zich niet langer verschuilen achter de suggestie van een onvermijdelijk ongeval wanneer er sprake was van grove nalatigheid of opzet.
Voor nabestaanden is de symbolische waarde van de term 'doodslag' groot, omdat het de verantwoordelijkheid van de veroorzaker explicieter benoemt dan de term 'ongeval', een sentiment dat volgens bijdraagt aan het gevoel van rechtvaardigheid.