De astronomische wereld beschikt over een aanzienlijk uitgebreider overzicht van de röntgenhemel dankzij de nieuwste publicaties van de eROSITA-telescoop. In de tweede grote dataset, aangeduid als DR2, zijn bijna twee miljoen rögensbronnen in kaart gebracht over de westelijke helft van het firmament. Dit betekent dat het aantal geïdentificeerde bronnen nagenoeg is verdubbeld ten opzichte van de eerste release.
De telescoop maakt deel uit van de gezamenlijke Russisch-Duitse Spektrum-RG-missie en werd in 2019 gelanceerd. Voor de huidige dataset zijn drie volledige surveys van de hemel gebruikt. Volgens universetoday.com bestaat het overgrote deel van deze waarnemingen — ongeveer 1,9 miljoen — uit zogenaamde puntbronnen. Hierbij gaat het voornamelijk om sterren en supermassieve zwarte gaten die materie naar zich toe trekken.
Naast deze puntbronnen bevat de catalogus ongeveer 64.000 uitgebreide bronnen. Deze categorie is divers en omvat onder andere nabijgelegen sterrenstelsels, resten van supernova's en clusters van sterrenstelsels. Deze clusters worden beschouwd als de grootste structuren in het universum die door zwaartekracht bij elkaar worden gehouden. Ze bevatten enorme hoeveelheden heet gas dat röntgenstraling uitzendt, wat ze detecteerbaar maakt voor instrumenten zoals eROSITA. Zoals beschreven door , vormen deze clusters een essentieel onderdeel van de kosmische structuur.
Hoewel de totale hoeveelheid data gigantisch is, richt een specifiek onderzoeksteam uit Bonn zich op de details van één enkel object: het cluster A3266. Onderzoekers Thomas Reiprich en Jakob Dietl van het Argelander Institute bestuderen dit massieve cluster, dat via een gasfilament verbonden is met een naburige groep sterrenstelsels. De buitenwijken van dergelijke clusters zijn wetenschappelijk zeer interessant omdat hier de kosmische assemblage plaatsvindt; het universum trekt hier vers materiaal aan via gasdraden die als een web tussen clusters gespannen zijn. Vanwege de lage helderheid van deze zones was er voorheen beperkte informatie beschikbaar.
Het team uit Bonn is er nu in geslaagd om voor het eerst de zwakke röntgenstraling in de buitenste regio's van A3266 te meten. Hoewel de algemene resultaten van eROSITA grotendeels overeenkomen met de huidige theorieën over de vorming van het heelal, vertoont A3266 enkele opvallende afwijkingen. Uit analyse van blijkt dat het gas in de buitenwijken en het verbindende filament zowel dichter als heter is dan de theoretische modellen hadden voorspeld.
Daarnaast is vastgesteld dat dit gas relatief weinig zware elementen bevat. De ontdekking dat dit gas afwijkt van de verwachtingen biedt nieuwe inzichten in de verspreiding en menging van materie in de verste uithoeken van het heelal. Dankzij de data van eROSITA kunnen wetenschappers nu de overgang tussen de dichte kernen van clusters en de lege ruimtes van het kosmische web nauwkeuriger analyseren, zoals verder uitgewerkt in de berichtgeving van .