Voor het eerst is het wetenschappers gelukt om een stellaire stroom te detecteren in een sterrenstelsel buiten onze eigen Melkweg. Deze bijzondere waarneming, die plaatsvond in een zogenaamd ultra-diffuus sterrenstelsel, opent nieuwe mogelijkheden voor het bestuderen van de verdeling van donkere materie in het verre universum.
Een stellaire stroom is een langgerekte, gebogen band van sterren. Dergelijke structuren ontstaan wanneer de zwaartekracht van een sterrenstelsel inwerkt op dichte clusters van sterren, waardoor individuele sterren uit hun oorspronkelijke groep worden getrokken en in een stroomvormige baan rond het stelsel terechtkomen. Hoewel astronomen al langer vermoedden dat dit proces universeel is, bleken deze stromen tot nu toe te zwak om op grote afstand waarneembaar te zijn.
De doorbraak vond plaats in het sterrenstelsel UGC 9050-Dw1. Dit object staat bekend als een ultra-diffuus sterrenstelsel, wat betekent dat de sterrenpopulatie zeer schaars is. Volgens universetoday.com zorgde deze lage dichtheid voor een optimaal contrast, waardoor de stellaire stroom zichtbaar werd tegen een donkere achtergrond. Dit was cruciaal, aangezien het stelsel zich op een aanzienlijke afstand van ongeveer 115 miljoen lichtjaar van de aarde bevindt.
De resultaten van dit onderzoek werden op 12 augustus 2026 gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. De ontdekking is niet enkel van visueel belang, maar dient vooral als een instrument om de massa van het stelsel te bepalen. Tjitske Starkenburg van Northwestern University, die aan de studie meewerkte, legt uit dat sterren in een dergelijke stroom vrijwel hetzelfde pad volgen. Omdat dit traject direct wordt beïnvloed door de totale zwaartekracht van het sterrenstelsel, kunnen onderzoekers de totale massa berekenen.
Dit proces is essentieel voor het begrijpen van donkere materie. Donkere materie zendt geen licht uit en reageert niet elektromagnetisch, waardoor het onzichtbaar is voor traditionele telescopen. Het laat echter wel zijn aanwezigheid kennen via zwaartekracht. Door de totale massa van UGC 9050-Dw1 te bepalen en daar de massa van de zichtbare sterren van af te trekken, kan het aandeel van de onzichtbare materie worden vastgesteld. Zoals beschreven door , biedt deze methode een directe manier om de gravitationele invloed van donkere materie te meten.
De betrouwbaarheid van deze nieuwe techniek is inmiddels bevestigd. Julie Kiel Holm van de Universiteit van Kopenhagen, co-leider van het project, merkte op dat de resultaten overeenkomen met eerdere, meer conventionele meetmethoden die in dit specifieke stelsel waren toegepast. In de berichtgeving van wordt benadrukt dat deze consistentie aantoont dat de methode valide is.
Deze bevestiging is van groot belang voor de astronomie, omdat het een nieuwe standaard kan zetten voor het analyseren van verre sterrenstelsels. Waar men voorheen afhankelijk was van beperkte meetmethoden, kan men nu potentieel stellaire stromen gebruiken als 'zwaartekrachtmeters' om de onzichtbare architectuur van het universum verder te ontrafelen. De ontdekking in markeert daarmee een belangrijke stap in het begrijpen van de mysterieuze substantie die het grootste deel van de massa in het heelal vormt.