De wetenschappelijke visie op de manier waarop zoogdieren informatie opslaan in hun brein ondergaat een fundamentele herziening. Recent onderzoek heeft aangetoond dat herinneringen aanzienlijk robuuster zijn dan voorheen werd aangenomen. Bij muizen bleken herinneringen namelijk stand te houden, zelfs nadat een aanzienlijk deel van de neurale verbindingen die essentieel werden geacht voor het ophalen van die informatie, was weggevallen.
Om de impact van deze ontdekking te begrijpen, moet men kijken naar de traditionele werking van het brein. Wanneer een organisme een prikkel ervaart, worden elektrische signalen naar de hersenen gestuurd, waar neuronen via synapsen met elkaar communiceren. Specifieke neuronen, de zogenaamde engramneuronen, coderen informatie door nieuwe synapsen te vormen of bestaande verbindingen te versterken. Tot nu toe was de heersende theorie dat een herinnering alleen bewaard bleef zolang het specifieke patroon van deze synapsen op de engramneuronen intact was. Volgens berichtgeving van newscientist.com zet deze nieuwe bevinding het bestaande begrip van geheugenopslag op zijn kop.
Veel van de eerdere wetenschappelijke kennis was gebaseerd op experimenten waarbij genetische middelen of medicatie werden gebruikt om synapsen op engramneuronen doelbewust te verstoren. Kazumasa Tanaka van het Okinawa Institute of Science and Technology in Japan merkt op dat deze studies hadden geleid tot de overtuiging dat het behoud van het synaptische patroon noodzakelijk was voor het vermogen om dingen te onthouden. De nieuwe resultaten laten echter een andere realiteit zien: herinneringen bleven bestaan, zelfs wanneer de locatie of het aantal synapsen veranderde of wanneer tot wel de helft van de verbindingen was verdwenen. Zoals beschreven in de analyse van , betekent dit dat de opslag van informatie in het brein veel minder fragiel is dan men voorheen dacht.
De implicaties voor de neurowetenschappen zijn aanzienlijk. Steve Ramirez van de Boston University, die niet betrokken was bij het onderzoek, stelt dat deze ontdekking het inzicht in de werking van het geheugen op substantiële wijze vooruitstuwt. Volgens de rapportage van concludeert Ramirez dat herinneringen simpelweg moeilijker te wissen zijn dan de wetenschap tot nu toe vermoedde.
Hoewel de studie is uitgevoerd bij muizen, biedt het cruciale inzichten in de algemene werking van het mammaliaanse brein. De vaststelling dat herinneringen kunnen overleven ondanks het verlies van specifieke fysieke verbindingen, opent nieuwe wegen voor onderzoek naar neuroplasticiteit en de manier waarop het brein zichzelf reorganiseert om informatie te behouden. Deze inzichten zouden in de toekomst kunnen leiden tot medische doorbraken, waarbij men manieren vindt om het menselijk geheugen te ondersteunen of te herstellen bij degeneratieve aandoeningen. Meer informatie over deze methodologie en de resultaten is te vinden via .