Nieuwe genetische inzichten werpen een radicaal ander licht op de maatschappelijke inrichting van Groot-Brittannië vóór de Romeinse komst in het jaar 43 na Christus. Uit het analyseren van het DNA van ruim 500 personen is gebleken dat er sprake was van een samenleving die georganiseerd was rond vrouwen. Binnen deze gemeenschappen konden grote clans worden vastgesteld waarbij de afstamming van moeder op dochter werd overgedragen, een patroon dat over een periode van wel negen generaties herkenbaar bleef.
Het onderzoek richtte zich specifiek op de Arras-cultuur, een groep die bekendstaat om hun bijzondere graven met strijdwagens. Een aanzienlijk deel van de geanalyseerde resten, bijna 400 personen, is afkomstig uit Wetwang Slack in East Riding van Yorkshire. Deze locatie wordt beschouwd als de grootste begraafplaats uit de IJzertijd in Groot-Brittannië en was vooral actief tussen de vierde en tweede eeuw voor Christus. De overige monsters werden verzameld bij nabijgelegen vindplaatsen.
Volgens een analyse van newscientist.com wijzen de genetische data op een opvallende afwezigheid van vaders op de begraafplaatsen, terwijl de vrouwelijke lijn juist dominant aanwezig is. Daarnaast onthult het onderzoek dat sommige vrouwen meerdere mannelijke partners hadden en dat er sprake was van herhaalde verbintenissen tussen twee specifieke moederclans.
Deze resultaten, onder leiding van Ian Armit van de University of York en zijn team, dagen traditionele antropologische opvattingen uit. Hoewel er rond 1860 al suggesties waren dat vroege maatschappijen mogelijk door vrouwen werden geleid, werd deze theorie later verworpen ten gunste van patriarchale structuren. Vanaf de jaren 50 begon dit beeld echter te verschuiven door de ontdekking van rijke vrouwengraven in Europa, wat aantoonde dat vrouwen in vroege samenlevingen een hoge status konden hebben.
Recente studies versterken dit beeld verder. Zo toonde een onderzoek van vorig jaar naar ongeveer 50 personen in het zuidwesten van Engeland aan dat vrouwen vaak in hun geboortehuis bleven wonen terwijl mannen migreerden, een fenomeen dat bekendstaat als matrilocaliteit. Zoals beschreven door , wijst dit op een fundamenteel andere sociale dynamiek dan voorheen aangenomen.
De wetenschappelijke impact van deze ontdekkingen wordt als zeer groot ingeschat. Rachel Pope van de University of Liverpool, die niet deelnam aan het onderzoek, stelt in de dat deze bevindingen revolutionair zijn en de visie op de IJzertijd volledig zullen transformeren.
Door de combinatie van archeologische vondsten, zoals de strijdwagengraven, en geavanceerde genetische sequencing kunnen sociale structuren in kaart worden gebracht die voorheen onzichtbaar bleven. De sterke nadruk op de vrouwelijke lijn bij de Arras-cultuur suggereert een complexe hiërarchie waarbij macht, bezit of identiteit niet via de vader, maar via de moeder werd overgedragen. Deze conclusies, zoals uiteengezet door , bieden een nieuw perspectief op de sociale evolutie in pre-Romeins Brittannië.