Het juridische doek valt definitief over de dioxinecrisis. Na 27 jaar sloot het veevoederbedrijf Willaert Activities uit Kortemark een overeenkomst met de nabestaanden van de familie Verkest. Volgens hln.be is daarmee wellicht de laatste openstaande zaak bijgelegd.
Hoe de crisis begon
De dioxinecrisis kwam op 27 mei 1999 aan het licht door een reportage in Het Journaal van de VRT. Onderzoek wees uit dat kankerverwekkende dioxines en giftige PCB's via vervuild gesmolten vet in dierenvoer terechtkwamen. De gevolgen waren verwoestend: kippen stierven massaal en de eierproductie daalde scherp. Bovendien verspreidde de besmetting zich via de voedselketen, waardoor consumenten besmet vlees en eieren aten.
Het spoor van het vervuilde vet leidde naar de vetsmelterij Verkest in Deinze. Dat bedrijf had het vet ingekocht bij het Waalse Fogra. Volgens vrtnws.be werd het vet vervolgens verwerkt in voedermeel dat bij diverse kippenboeren eindigde.
27 jaar juridisch gevecht
Meerdere veevoederbedrijven die de gecontamineerde vetten hadden gebruikt, stelden zich destijds burgerlijk partij om schadevergoeding te eisen. Willaert Activities was er een van. Het bedrijf startte al in 1999 een procedure tegen de familie Verkest.
Het strafrechtelijke vonnis viel al in 2010. Maar de schadebepaling voor het bedrijf uit Kortemark bleef jarenlang bij de justitie liggen. Advocaat Stijn De Meulenaer, die Willaert Activities verdedigt, legt uit dat het dossier pas in 2018 werd heractiveerd.
Volgens De Meulenaer wilde zijn cliënt al geruime tijd een definitieve oplossing, maar daarvoor was de medewerking van beide partijen nodig. Die kwam er nu. Met de overeenkomst tussen het bedrijf en de nabestaanden van vader en zoon Verkest is de laatste zaak tegen de familie waarschijnlijk afgesloten.