Binnen het Belgische parlement is een discussie ontstaan over de duur van het jaarlijkse reces. Frédéric De Gucht, de voorzitter van de partij Anders, heeft een voorstel ingediend om de vakantieperiode voor parlementsleden aanzienlijk in te korten. Volgens De Gucht is het onbegrijpelijk dat het parlement de gehele zomer niet samenkomt en pleit hij voor een politieke kalender die beter aansluit bij de realiteit van andere sectoren.
Het huidige reces beslaat ongeveer twee maanden, beginnend op 21 juli en lopend tot de derde week van september. De Gucht stelt voor om deze periode te beperken tot een maand, specifiek van 15 juli tot en met 15 augustus. Volgens vrtnws.be krijgt dit initiatief bijval bij zowel leden van de meerderheid als de oppositie.
Democratische controle en noodgevallen
Voorstanders van het voorstel benadrukken vooral het belang van de democratische controle. Arthur Orlians, Kamerlid voor Anders, stelt dat er weliswaar buiten het parlement gewerkt kan worden, maar dat het ondervragen van ministers enkel mogelijk is wanneer het parlement daadwerkelijk samenkomt.
Ook vanuit de oppositie is er steun voor een korter reces. Francesca Van Belleghem van Vlaams Belang wijst erop dat het parlement in geval van hoge nood weliswaar kan worden samengeroepen, maar dat dit een problematisch mechanisme is. Zij stelt dat de regering uiteindelijk zelf bepaalt wat als een 'noodgeval' wordt beschouwd. Oskar Seuntjens, fractieleider bij Vooruit, vindt het bovendien een vreemd signaal dat politici niet samenkomen terwijl de rest van het land aan het werk is.
Verweer vanuit de meerderheid
Niet iedereen ziet de periode van het reces puur als vakantie. Eva Demesmaeker van de N-VA benadrukt dat dossiers niet worden gesloten wanneer het parlement sluit. Volgens haar is deze tijd juist essentieel om inhoudelijk werk voor te bereiden, gesprekken te voeren en literatuur te bestuderen waarvoor tijdens het reguliere politieke jaar geen ruimte is.
Demesmaeker voert aan dat de druk tijdens plenaire vergaderingen en commissies constant hoog is, waardoor een periode van mentale rust noodzakelijk is. Zij stelt dat het onjuist is om te denken dat politici gedurende twee maanden geen werkzaamheden verrichten, maar dat zij zich juist moeten haasten om alles klaar te hebben voor de herstart van de politieke kalender. Deze visie wordt ondersteund in berichtgeving van hln.be, waar wordt gesteld dat het overdreven is om te suggereren dat politici al die tijd enkel rusten.