De traditionele opvatting dat de technologische ontwikkeling van de Neanderthaler hoofdzakelijk beperkt was tot het gebruik van steen, wordt uitgedaagd door nieuwe archeologische inzichten. Recente analyses van vondsten in een Spaanse grot suggereren dat houtbewerking een minstens zo cruciale rol speelde bij de vervaardiging van wapens, gereedschappen en andere huishoudelijke objecten als het gebruik van steen.
Het huidige beeld van de prehistorie is vaak vertekend omdat organische materialen, in tegenstelling tot steen, door de millennia heen snel vergaan. Volgens newscientist.com van het Catalaans Instituut voor Menselijke Paleoecologie en Sociale Evolutie is de materiële cultuur van vroege mensachtigen hierdoor grotendeels verloren gegaan. Hij stelt dat de technologie van de Neanderthalers daarom niet enkel uit steen bestond, maar in aanzienlijke mate ook uit hout.
Deze nieuwe conclusies zijn gebaseerd op een systematische review van bijna 600 houten objecten die zijn aangetroffen bij Abric Romaní, een rotsonderkomen in de buurt van Barcelona. De objecten dateren van ongeveer 40.000 tot 62.000 jaar geleden en zijn over een periode van meerdere decennia, beginnend in de jaren 80, door archeologen verzameld. Om de bewijslast te verzamelen, maakten onderzoekers gebruik van verschillende methoden. Zo werden er houtafdrukken in travertijn geanalyseerd, een kalksteen die patronen van houtnerven kan bewaren nadat het organische materiaal zelf is vergaan. Daarnaast boden verkoold materiaal en in zeldzame gevallen fysiek intact gebleven hout waardevolle informatie over de gebruikte technieken, zoals beschreven door .
Het proces van identificatie was echter complex. De meeste houten resten in de grot bleken natuurlijke elementen te zijn, zoals wortels, takken en boomstammen die als brandhout dienden. Na een zorgvuldige filtering bleven er slechts 13 objecten over die daadwerkelijk als door mensen vervaardigde werktuigen konden worden geclassificeerd. Ondanks dit geringe aantal artefacten is de impact van de vondsten groot. Maria Gema Chacón, eveneens verbonden aan het Catalaans Instituut, merkt op dat het team verrast is door de complexiteit van de toegepaste houtbewerking. Volgens omvatten de vondsten onder andere houten knuppels, wat aantoont dat het materiaal doelbewust werd gevormd voor specifieke functies.
Deze ontdekkingen bieden een zeldzame mogelijkheid om de 'ontbrekende wereld' van de Neanderthaler te reconstrueren. Het wijst erop dat hun vermogen tot technische uitvoering en planning veel breder was dan de focus op stenen werktuigen deed vermoeden. De resultaten suggereren dat de periode in Europa voor Neanderthalers in feite een 'houten tijdperk' was, net zozeer als een steentijd, zoals .