Bijna 15.000 personen die een Belgische ziekte-uitkering ontvangen, verblijven momenteel in het buitenland. Deze groep is divers en omvat onder meer gepensioneerden, arbeidsmigranten en mensen die om familiale redenen zijn verhuisd. De meest voorkomende bestemmingen zijn Frankrijk en Spanje, gevolgd door Turkije en Italië, zo blijkt uit recente cijfers hln.be.
De mogelijkheid om een Belgische ziekte-uitkering te ontvangen terwijl men buiten België woont, is grotendeels gebaseerd op Europese regelgeving. Binnen de Europese Unie garandeert het principe van vrij verkeer van personen en de coördinatie van socialezekerheidsstelsels dat burgers hun sociale rechten behouden bij grensoverschrijdende mobiliteit. Dit betekent dat iemand die in één lidstaat verzekerd is, onder bepaalde voorwaarden ook in een andere lidstaat recht kan hebben op uitkeringen .
Specifiek maken de Europese verordeningen 883/2004 en 987/2009 het mogelijk voor personen die in België arbeidsongeschikt zijn verklaard, om hun uitkering te blijven ontvangen wanneer zij verhuizen naar een andere lidstaat van de EU, de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland. Deze regeling geldt eveneens voor landen waarmee België bilaterale overeenkomsten heeft gesloten, zoals Turkije .
Het toezicht op deze uitkeringen wordt uitgevoerd door de Belgische ziekenfondsen en het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). Zij zijn verantwoordelijk voor de medische controles en de administratieve opvolging van de dossiers. Echter, controles in het buitenland kunnen complexer zijn dan binnen de Belgische grenzen. Wanneer een uitkeringsgerechtigde in het buitenland woont, wordt de medische controle vaak uitgevoerd door een arts die is aangesteld door de sociale zekerheidsinstelling van het woonland, in opdracht van het Belgische ziekenfonds. De resultaten van deze controles worden vervolgens doorgestuurd naar België voor beoordeling, wat kan leiden tot vertragingen en een minder directe opvolging .
De discussie over Belgische ziekte-uitkeringen in het buitenland komt regelmatig terug. Critici wijzen op de moeilijkheden bij de controle en de potentiële risico's op misbruik. Voorstanders benadrukken daarentegen het belang van de Europese coördinatie van sociale zekerheid en het recht op vrij verkeer. Er zijn oproepen om de controlemechanismen te versterken en de samenwerking met buitenlandse instanties te verbeteren, onder meer door digitalisering van processen en intensievere informatie-uitwisseling tussen lidstaten. De Belgische overheid blijft de situatie monitoren en evalueren om te waarborgen dat de uitkeringen terecht worden toegekend en dat er voldoende toezicht is, zowel binnen als buiten de landsgrenzen.