Archeologen hebben in een grot in het zuidwesten van China een schat aan fossielen en werktuigen ontdekt, waardoor voor het eerst een gedetailleerd beeld ontstaat van de cultuur en het dagelijks leven van de Denisovans.
Lange tijd waren de Denisovans een raadsel voor de wetenschap. Sinds hun ontdekking in 2010 in Siberië werden ze hoofdzakelijk geïdentificeerd via DNA-analyses van enkele kleine fragmenten, zoals een vingerbot. De recente vondsten in de Bianfu-grot in de provincie Yunnan bieden echter een ongekende inkijk in de biologie, het dieet en de technologische vaardigheden van deze uitgestorven mensachtige soort.
Unieke anatomische vondsten
In de Bianfu-grot zijn diverse zeldzame resten aangetroffen, waaronder drie botten en vier tanden. Volgens berichtgeving van nationalgeographic.com bevatten deze vondsten twee schedelfragmenten en het allereerste bekende spaakbeen (radius) van een Denisovan. Deze anatomische resten zijn cruciaal voor het begrijpen van de fysieke bouw van de soort.
De fossiele resten in de grot worden gedateerd tussen ongeveer 167.000 en 134.000 jaar geleden. Hoewel de menselijke resten uit deze specifieke periode stammen, wijst het archeologische bewijs op een veel langere aanwezigheid in de regio.
Een cultureel archief van 120.000 jaar
Wat deze locatie bijzonder maakt, is de uitzonderlijke tijdspanne van de bewoning. Volgens een artikel in nature.com suggereert het bewijs dat de Denisovans de grot gedurende minstens 30.000 jaar hebben gebruikt, en mogelijk zelfs tot 120.000 jaar. De artefacten in de grot variëren in datum van ongeveer 190.000 tot 70.000 jaar geleden.
De ontdekking omvat meer dan 1.360 stenen werktuigen, waaronder schrapers, hakbijlen en hamerstenen. Daarnaast zijn er botten werktuigen gevonden die werden gebruikt om andere objecten vorm te geven. Deze gereedschappen vertonen gelijkenissen met die van de Neanderthalers, de nauwe verwanten van de Denisovans.
Jagers en verzamelaars
De grot diende niet alleen als schuilplaats, maar ook als een plek waar gejaagd en gegeten werd. De menselijke resten werden gevonden te midden van meer dan 60.000 fragmenten van botten van zoogdieren. Uit de analyse van deze resten blijkt dat de Denisovans bekwame jagers waren, waarbij herten een belangrijke prooi vormden.
Volgens haaretz.com biedt de Bianfu-grot voor het eerst onbetwistbare informatie over de materiële cultuur van de Denisovans, aangezien eerdere vondsten vaak beperkt waren tot geïsoleerde botten zonder bijbehorende werktuigen. De aanwezigheid van paleo-hyena's in de grot zou overigens kunnen verklaren waarom sommige menselijke resten niet bewaard zijn gebleven.
Wetenschappelijke betekenis
De resultaten, die onlangs in twee artikelen in het tijdschrift Nature zijn gepubliceerd, versterken de kennis over de geografische verspreiding van de Denisovans in Azië. Volgens gizmodo.com helpt dit onderzoek om de genetische connecties tussen moderne mensen in Zuidoost-Azië en hun Denisovaanse voorouders beter te begrijpen.
De ontdekking wordt door experts als een doorbraak beschouwd. Waar wetenschappers voorheen vaak stenen werktuigen vonden zonder te weten wie de maker was, is er nu een directe en sterke koppeling tussen de Denisovans en hun specifieke technologie. De Bianfu-grot fungeert hiermee als een uniek portaal naar het stenen tijdperk in Zuidwest-China.