Bij vier op de tien patiënten in België wordt baarmoederhalskanker pas ontdekt als de ziekte al gevorderd is. Dat melden hln.be en nieuwsblad.be op basis van recente cijfers.
Dat is een zorgwekkend aantal. Want vroege detectie maakt het verschil. Wie baarmoederhalskanker tijdig ontdekt, heeft een veel betere overlevingskans en lichtere behandeling. Komt de diagnose pas in een laat stadium, dan worden de behandelopties complexer en de impact op de gezondheid groter.
De cijfers wijzen op een kloof tussen theorie en praktijk. Screening bestaat, maar blijkbaar verloopt de gang naar de arts voor niet iedereen tijdig. Waarom precies is niet duidelijk. De berichtgeving gaat niet diep in op de exacte oorzaken van de late ontdekkingen.
Wat wel duidelijk is: 40 procent van de diagnoses komt te laat. Dat suggereert dat de drempel voor preventieve controles omlaag moet. De huidige aanpak werkt niet voor iedereen.
Baarmoederhalskanker is bij vroegtijdige opsporing zeer effectief te behandelen. Dat juist dát ziektebeeld zo vaak laat wordt ontdekt, maakt de cijfers extra pijnlijk. De boodschap van de Vlaamse media is dan ook helder: de preventiestrategieën moeten geëvalueerd worden. Specifieke beleidsmaatregelen ontbreken voorlopig nog in de berichtgeving, maar de noodzaak is urgent.