Een team van wetenschappers heeft vastgesteld dat de geboorte van nieuwe sterren in het Andromeda-stelsel, een van de dichtstbijzijnde buren van de Melkweg, in een neerwaartse spiraal zit. De analyse van gedetailleerde gegevens van de Hubble-ruimtetelescoop wijst op een significante vertraging in dit proces over de afgelopen honderden miljoenen jaren.
Onderzoekers van de University of Washington hebben nieuwe inzichten verkregen in de evolutie van het Andromeda-stelsel door gebruik te maken van uitgebreide surveys van de Hubble-telescoop. Volgens berichtgeving van universetoday.com is de stervorming in dit stelsel al gedurende de afgelopen 500 miljoen jaar aan het afnemen. Opvallend is dat deze daling in de laatste 40 miljoen jaar zelfs nog sterker is versneld.
Kenmerken van de kosmische buurman
Het Andromeda-stelsel is voor astronomen een cruciaal studieobject omdat het veel kenmerken vertoont die ook voor onze eigen Melkweg relevant zijn. Het stelsel bevindt zich op een afstand van ongeveer 2,5 miljoen lichtjaar en is daarmee het verste object dat mensen met het ongewapte oog kunnen waarnemen, mits de lichtomstandigheden gunstig zijn. Zoals beschreven door earthsky.org, is Andromeda ongeveer twee keer zo groot als de Melkweg en bevat het met ongeveer één biljoen sterren een veel grotere populatie.
Andromeda wordt geclassificeerd als een LINER-spiraalstelsel. Ondanks de relatieve nabijheid in astronomische termen, blijft het bestuderen van de exacte processen binnen het stelsel een uitdaging vanwege de enorme afstanden.
Het proces van stervorming
Om de snelheid van stervorming te bepalen, meten astronomen hoeveel gas en stof er per jaar wordt omgezet in sterren. Deze resultaten worden uitgedrukt in zonnemassa's, waarbij één zonnemassa gelijkstaat aan de massa van onze zon.
De vorming van sterren in de schijf van een stelsel wordt beïnvloed door zowel interne als externe factoren. Interne mechanismen omvatten onder meer magnetische velden, schokgolven en moleculaire wolken die door zwaartekracht massa winnen, wat uiteindelijk leidt tot een gravitationele collaps. Externe krachten, zoals het samensmelten van sterrenstelsels, kunnen gas en stof comprimeren en zo de geboorte van nieuwe sterren triggeren.
Wetenschappers kunnen de recente activiteit van een stelsel aflezen aan de kleur van de sterren. Gebieden met recente stervorming bevatten meer massieve, kortlevende blauwe sterren (type O, B en A). In regio's waar de stervorming is afgenomen, overheersen de minder massieve, zwakkere en veel langer levende rode dwergen (type M), waardoor het stelsel een roder uiterlijk krijgt.
Methodologie en data
Voor dit specifieke onderzoek combineerden de wetenschappers gegevens uit twee verschillende surveys van de Hubble-ruimtetelescoop, waaronder de Panchromatic Hubble Andromeda Treasury (PHAT). De resultaten van deze studie zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
De Hubble-ruimtetelescoop blijft een essentieel instrument voor dit soort waarnemingen, zoals blijkt uit de brede inzet van de telescoop voor diverse missies die door nasa.gov worden beheerd. Daarnaast biedt de infrastructuur van organisaties zoals noirlab.edu ondersteuning bij het begrijpen van dergelijke galactische structuren door middel van geavanceerde observatieprogramma's.
Door de afname van de stervorming in Andromeda nauwkeurig in kaart te brengen, hopen astronomen meer te leren over de levenscyclus van grote spiraalstelsels en wat dit mogelijk betekent voor de toekomst van de Melkweg.