De organisatie heeft na een zoektocht die twee jaar in beslag nam de lander Philae teruggevonden op het oppervlak van komeet 67P. De ontdekking, die op 2 september 2016 werd bevestigd, was mogelijk dankzij de inzet van de moedersonde Rosetta, die het vaartuig uiteindelijk wist te lokaliseren.
De missie verliep vanaf het begin moeizaam. Hoewel de landing op komeet 67P werd gerealiseerd, kwam de lander door onvoorziene omstandigheden niet op de beoogde locatie terecht. Dit leidde tot een langdurige periode van onzekerheid over de exacte positie en de status van het apparaat. Volgens informatie van space.com bleef de lander lange tijd vermist, wat de wetenschappelijke analyse bemoeilijkte.
De complexe topografie van de komeet, gekenmerkt door stof en grillige rotsformaties, zorgde ervoor dat Philae buiten het gezichtsveld van de camera's van de moedersonde Rosetta verdween. Gedurende twee jaar probeerden technici en wetenschappers de exacte plek van het vaartuig vast te stellen. De uiteindelijke herontdekking was het resultaat van de voortdurende monitoring door Rosetta, die in een baan rond de komeet bleef cirkelen en continu nieuwe data verzamelde.
In een verslag van wordt toegelicht dat de lander werd teruggevonden nadat de moedersonde gedetailleerde nieuwe opnames van het terrein had gemaakt. Deze beelden waren cruciaal, omdat ze de exacte geologische context van de plek waar Philae was beland onthulden. Hierdoor konden onderzoekers de eerder verzamelde data van de lander veel nauwkeuriger interpreteren.
De wetenschappelijke waarde van de missie naar komeet 67P is aanzienlijk, aangezien kometen worden beschouwd als kosmische tijdcapsules die informatie bevatten over de vroegste fasen van het zonnestelsel. Philae was specifiek uitgerust met instrumenten om de chemische samenstelling van het oppervlak te analyseren. Zoals vermeld door , stelde de lokalisatie van de lander de organisatie in staat om de missie voort te zetten met een volledig beeld van de gebeurtenissen op het oppervlak.
De synergie tussen de moedersonde en de lander zorgde er uiteindelijk voor dat de initiële tegenslag bij de landing kon worden overwonnen. De ontdekking op 2 september 2016 wordt gezien als een bewijs van technologisch vernuft en volharding. Volgens de berichtgeving van bevestigt deze gebeurtenis dat verloren objecten in de ruimte, mits de juiste instrumenten en data-analyse worden ingezet, alsnog teruggevonden kunnen worden.