Een nieuwe wetenschappelijke hypothese werpt een licht op de biologische mechanismen die ten grondslag kunnen liggen aan de seksuele oriëntatie van mannen. Waar het verband tussen het aantal oudere broers en homoseksualiteit al decennia bekend is, suggereert recent onderzoek dat ook de aanwezigheid van oudere zussen en de bredere reproductieve geschiedenis van de moeder een rol kunnen spelen.
De kern van deze theorie bevindt zich in de interactie tussen het immuunsysteem van de moeder en de foetus tijdens de zwangerschap. Volgens newscientist.com is het mogelijk dat het dragen van mannelijke foetussen een immuunreactie uitlokt tegen specifieke eiwitten die kenmerkend zijn voor mannen. Deze eiwitten zijn essentieel voor de ontwikkeling van de hersenen van de foetus.
Het proces werkt cumulatief: hoe vaker een vrouw opeenvolgende zwangerschappen van jongens doormaakt, hoe sterker deze immuunrespons zou kunnen worden. Wanneer antilichamen die door deze reactie zijn ontstaan de hersenen van een mannelijke foetus bereiken, zou dit de seksuele oriëntatie in een later levensstadium kunnen beïnvloeden. Dit mechanisme biedt een biologische verklaring voor het bekende effect van oudere broers, maar laat nog open waarom ook oudere zussen een statistische associatie vertonen.
Om dit laatste te verklaren, stellen onderzoekers voor dat het aantal oudere zussen dient als een indirecte indicator voor de totale reproductieve ervaring van de moeder. De hypothese stelt dat een hoger aantal kinderen vaak samenhangt met een groter aantal zwangerschappen, waarbij ook miskramen kunnen zijn voorgekomen. Indien deze miskramen betrofben mannelijke embryo's, kan het immuunsysteem van de moeder reeds zijn gesensitiseerd tegen mannelijke eiwitten, zelfs zonder dat er levendgeboren broers waren.
Michel Raymond, verbonden aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk, heeft samen met zijn team een model ontwikkeld om te onderzoeken of miskramen inderdaad een effect kunnen creëren dat vergelijkbaar is met dat van oudere zussen. In dit theoretische model is uitgegaan van de aanname dat de kans op een miskraam bij elke zwangerschap voor alle vrouwen gelijk is, zoals beschreven door .
Ondanks de theoretische onderbouwing van het model, blijven de wetenschappers voorzichtig over de conclusies. Raymond benadrukt dat de huidige bevindingen nog slechts een mogelijkheid vormen en dat er uitgebreid vervolgonderzoek nodig is om de theorie te staven.