De internationale wetenschappelijke gemeenschap observeert momenteel een El Niño-fenomeen dat in bepaalde meetwaarden historische records verbrijzelt. Terwijl dit natuurverschijnsel normaal gesproken zorgt voor een verschuiving van warm oppervlaktewater naar het oosten in de tropische Grote Oceaan, wijzen recente analyses op een intensiteit die buiten de gebruikelijke schalen valt.
Volgens klimaatwetenschapper James Hansen van de Columbia University is de huidige situatie ongekend. In zijn analyse stelt hij dat de records al worden overtroffen terwijl het fenomeen nog niet eens zijn maximale piek heeft bereikt. De meest extreme effecten worden naar verwachting pas over enkele maanden zichtbaar.
Hansen baseert zijn conclusie met name op de warmte-anomalie in de bovenste 300 meter van de equatoriale Grote Oceaan. Volgens newscientist.com beschouwt hij deze dieptemeting als de meest betrouwbare graadmeter. Op basis van deze specifieke data is de huidige El Niño sterker dan de beruchte gebeurtenis van 1997-1998, die lange tijd als de absolute referentie voor extreme klimaatgebeurtenissen gold.
Er bestaat echter een nuanceverschil in de interpretatie van de data, afhankelijk van de gebruikte index. Naast de dieptemetingen wordt vaak de Niño3.4-index gehanteerd, die de temperatuurafwijkingen van het zeewateroppervlak in een specifiek gebied rond de equator meet. Hoewel Hansen beweert dat ook deze index eerdere waarden ver overstijgt, wordt dit beeld genuanceerd door Adam Scaife van het Met Office Hadley Centre.
Scaife merkt op dat de Niño3.4-index de absolute pieken van eerdere super El Niño's op dit moment nog niet definitief heeft gepasseerd. Hij wijst erop dat de huidige anomalie rond de 2 graden boven het gemiddelde ligt, terwijl de piek tijdens de gebeurtenis van 1997/1998 ongeveer 2,5 graden bedroeg. Dit verschil kan worden verklaard door de rekenmethode; de Niño3.4-index maakt meestal gebruik van een voortschrijdend gemiddelde over meerdere maanden, waardoor korte uitschieters worden afgevlakt. Kijkt men echter naar de dagelijkse waarden, dan was er sprake van een piek van 2,75°C.
De impact van deze krachtige klimaatcyclus is wereldwijd reeds merkbaar. Zo zijn er meldingen van extreme moessonregens en zware overstromingen in de Filipijnen, wat consistent is met de weersomstandigheden die door een sterke El Niño worden veroorzaakt. De wetenschappelijke consensus is dat de huidige ontwikkeling zeer uitzonderlijk is, waarbij de komende maanden bepalend zullen zijn voor de uiteindelijke maximale intensiteit van dit fenomeen.