Wie werkloos wordt, kan nog maximaal twee jaar een uitkering krijgen. Het Grondwettelijk Hof oordeelde op donderdag dat die beperking grotendeels rechtmatig is. Vakbonden en andere organisaties hadden beroep aangetekend tegen de maatregel, maar de rechters geven de regering gelijk.
De hervorming betekent volgens het Hof wel een "aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau van het recht op sociale zekerheid". Toch is die stap "redelijk verantwoord". De rechters wijzen op de doelstellingen: budgettaire besparingen, het waarborgen van de sociale zekerheid en het verhogen van de werkgelegenheidsgraad. Dat berichtte vrtnws.be.
Om de klap te verzachten, voerde de regering flankerende maatregelen in. Zo stijgen de uitkeringen tijdens de eerste zes maanden van werkloosheid. Bepaalde groepen krijgen ook uitzonderingen. Wie een opleiding volgt voor een knelpuntberoep, valt buiten de beperking. Dat vergroot de kans op een terugkeer naar de arbeidsmarkt aanzienlijk, aldus het Hof. Ook de inkorting van de periode voor inschakelingsuitkeringen en de specifieke regeling voor kunstwerkers — wier uitkeringen niet in de tijd worden beperkt — werden goedgekeurd. Die regeling schendt volgens de rechters het non-discriminatiebeginsel niet.
Toch is er één onderdeel vernietigd. De overgangsregeling voor de meest langdurig werklozen is onrechtvaardig, oordeelt het Hof. Die regeling beperkt het recht op uitkeringen tot een periode die korter is dan de twaalf maanden uit de nieuwe algemene regeling. Daardoor worden twee groepen werklozen verschillend behandeld zonder redelijke rechtvaardiging. Het betreffende wetsartikel is daarom vernietigd.
Naast VRT NWS werden de uitspraak ook gemeld door hln.be en nieuwsblad.be.