De discussie over de belasting op vermogen staat in Nederland momenteel onder grote druk. De Nederlandse minister van Financiën, Eelco Heinen, heeft erkend dat de huidige plannen voor wetswijzigingen moeten worden aangepast om voldoende steun in de Eerste Kamer te verkrijgen. Ondanks deze politieke uitdagingen blijft een variant van het heffen op vermogensaanwas volgens de minister noodzakelijk om de nationale begroting sluitend te kunnen maken, zoals beschreven door headliner.nl.
Binnen Europa is het heffen van een brede belasting op het totale nettovermogen geen algemene praktijk meer. Slechts een handvol landen, waaronder Noorwegen, Spanje en Zwitserland, hanteert nog een systeem waarbij vrijwel alle bezittingen worden belast nadat de schulden zijn afgetrokken. Deze landen tonen aan dat het belasten van grote vermogens op verschillende manieren kan worden ingericht, wat een potentieel keuzemenu biedt voor andere Europese staten die rijken meer willen laten bijdragen marketscreener.com.
In Noorwegen wordt gewerkt met een vrijstelling van ongeveer 1,9 miljoen Noorse kronen, wat neerkomt op circa 170.000 euro. Voor het vermogen dat boven deze grens uitkomt, geldt een belasting van ongeveer 1%, waarbij de opbrengst wordt verdeeld tussen de staat (0,65%) en de gemeente (0,35%). Om de fiscale druk op specifieke activa te matigen, hanteert Noorwegen bijzondere waarderingsregels: aandelen en de eigen woning worden respectievelijk voor 80% en 75% minder zwaar meegeteld in de berekening. Deze aanpak laat zien hoe een land een brede heffing kan combineren met specifieke kortingen om bepaalde investeringen te stimuleren, zoals uiteengezet door demorgen.be.
Spanje kiest voor een nog bredere grondslag. Hier worden niet alleen aandelen en onroerend goed belast, maar ook luxebezittingen zoals boten en kunstwerken. Hoewel er een algemene vrijstelling van 700.000 euro geldt — die op de Balearen kan oplopen tot 3 miljoen euro — en een aftrekpost van 300.000 euro voor de eigen woning bestaat, zijn de tarieven progressief. Deze lopen op van circa 0,25% tot ongeveer 3,5% voor vermogens die de 10 miljoen euro overschrijden.
In Zwitserland is de vermogensbelasting sterk gedecentraliseerd. De specifieke regels, tarieven en vrijstellingen worden op kantonnaal niveau bepaald. Hoewel de details per regio verschillen, liggen de tarieven globaal tussen de 0,1% en 0,75%. Vaak wordt er gewerkt met een drempelwaarde van rond de 500.000 Zwitserse franken.
Andere Europese landen, waaronder België, Frankrijk en Italië, hebben een andere route gekozen. Zij richten zich niet op het totale vermogen, maar op specifieke componenten zoals gerealiseerde winsten of rendementen. België heeft vanaf 1 januari 2026 een systeem ingevoerd waarbij de focus ligt op de belasting van gerealiseerde winsten in plaats van een algemene heffing op onbeweeglijk vermogen.
De vergelijking tussen deze diverse systemen illustreert dat de keuze voor een vermogensbelasting vaak een afweging is tussen budgettaire noodzaak en politieke haalbaarheid. Waar sommige landen vasthouden aan een vaste peildatum voor waardering, zoeken anderen naar methoden om enkel de aanwas te belasten. Voor Nederland blijft de zoektocht naar een model dat zowel financieel effectief als parlementair acceptabel is, een voortdurende uitdaging.