Het Europees Hof van Justitie heeft beslist dat banken en andere betalingsaanbieders slachtoffers van phishing onmiddellijk moeten vergoeden voor niet-toegestane betalingstransacties. Deze verplichting tot terugbetaling geldt volgens het arrest ook in situaties waarin de klant nalatig is geweest bij het beveiligen van zijn gegevens.
De uitspraak volgt op een vraag van een Poolse rechtbank over een specifieke casus waarbij een klant slachtoffer werd van een online oplichterij. De betrokkene bood een voorwerp aan op een verkoopplatform, waarna een geïnteresseerde koper een link stuurde om de verkoop te bevestigen. Deze link leidde naar een vervalste website die de bank van de klant imiteerde. Nadat de klant zijn inloggegevens op deze pagina had ingevoerd, kon de oplichter ongeveer 700 euro van de rekening overmaken naar een andere rekening. Hoewel de klant de fraude de volgende dag meldde, weigerde de bank het bedrag terug te betalen. De bank voerde aan dat de klant grove nalatigheid had getoond door de persoonlijke beveiligingsgegevens niet veilig te bewaren.
Volgens berichtgeving van vrtnws.be oordeelt het Hof dat de bank de vergoeding toch onmiddellijk moet doen. De bank behoudt echter het recht om het geld achteraf terug te eisen, mits zij effectief kan bewijzen dat er sprake was van grove nalatigheid door de klant. In een bericht van hln.be wordt specifiek vermeld dat deze terugbetaling binnen één werkdag moet plaatsvinden.
Hoewel de zaak in kwestie over een relatief klein bedrag van 700 euro ging, is de juridische impact groot. Omdat het Europees recht voorrang heeft op nationale rechtspraak, heeft dit arrest een belangrijke precedentswaarde voor de gehele Europese Unie. Het Hof van Justitie waakt er op deze manier over dat het EU-recht in alle lidstaten op een uniforme wijze wordt toegepast.
Voor België is deze uitspraak geen verrassing, aangezien het arrest in lijn ligt met eerdere beslissingen van Belgische rechtbanken. De uitspraak versterkt de positie van de consument bij digitale fraude, waarbij de bewijslast voor grove nalatigheid bij de bank komt te liggen nadat de initiële terugbetaling is uitgevoerd.