Twee Belgische klimmers verdwenen in 1992 spoorloos in de Zwitserse Alpen. Nu, 34 jaar later, brengt DNA-onderzoek de definitieve uitslag. De overblijfselen die op een Zwitserse gletsjer werden aangetroffen, zijn onomstotelijk van de twee inwoners van Kempen.
Het genetisch onderzoek bevestigt de identiteit van de mannen. Daarmee komt een einde aan decennia van onzekerheid voor de nabestaanden. De klimmers waren in de vroege jaren negentig vertrokken voor een trektocht door de Alpen en nooit teruggekeerd. Dat melden hln.be en nieuwsblad.be.
Destijds leverden zoekacties niets op. De exacte locatie van de mannen bleef onbekend, tot hun resten recentelijk op de gletsjer werden gevonden.
Dat de lichamen pas nu boven water komen, is niet uniek. Gletsjers werken als een natuurlijke vriezer. Lichamen blijven er soms tientallen jaren in het ijs bewaard. Door klimaatverandering smelten deze gletsjers sneller. Daardoor komen overblijfselen van vermiste personen vaker aan de oppervlakte.
Na 34 jaar in het ijs zijn fysieke kenmerken niet meer voldoende voor een herkenning. DNA-analyse was daarom de enige manier om de identiteit van de twee Kempenaars met zekerheid vast te stellen.
De exacte omstandigheden van het ongeval in 1992 blijven onduidelijk. Voor de families telt vooral de uitkomst: de zoektocht die 34 jaar geleden begon, is nu definitief afgesloten.