Trajectcontroles moeten de wegen veiliger maken, niet de gemeentekas vullen. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) treedt hard op tegen lokale besturen die de boete-inkomsten als verdienmodel gebruiken.
De aanleiding is een studie van het Departement Mobiliteit, de Universiteit Gent en het verkeersinstituut VIAS. Daaruit blijkt dat 86 procent van de lokale besturen de opbrengsten deels investeert in verkeersveiligheid. Maar een flink deel is onduidelijk over waar het geld precies naartoe gaat. Volgens vrtnws.be geeft 57 procent van de besturen niet specifiek aan waar de inkomsten naartoe gaan. Het geld vloeit naar de algemene middelen.
Minder overtredingen, minder inkomsten
Het doel van trajectcontroles is simpel: minder overtredingen. Als weggebruikers hun rijgedrag aanpassen, dalen zowel het aantal boetes als de inkomsten. De Ridder wil dat gemeenten het geld opnieuw investeren in gerichte maatregelen. Denk aan sensibiliseringscampagnes of betere infrastructuur.
Privébedrijven betalen per boete? Dat moet stoppen
Een specifiek pijnpunt voor de minister zijn de contracten met private partners. Vergoedingen op basis van het aantal vastgestelde snelheidsovertredingen? Onaanvaardbaar, vindt De Ridder. Financiële prikkels mogen nooit bepalend zijn voor de locatie, duur of intensiteit van de controles. Ze pleit voor een uitdoofscenario voor zulke contracten. Alleen zo kan er voldoende draagvlak ontstaan voor trajectcontroles.
Lokale vrijheid, maar met duidelijke regels
De Ridder respecteert de lokale autonomie. Gemeenten kennen hun eigen straten en verkeersproblemen het beste. Maar ze streeft wel naar meer eenvormigheid. Ze wil een helder kader en bruikbare instrumenten bieden, zodat elke controle aantoonbaar bijdraagt aan de veiligheid op de weg. Daarvoor wordt gewerkt aan een betere bundeling van informatie. Die is nu versnipperd over politiezones, lokale besturen en administratieve procedures.
Dit beleid sluit aan bij een omzendbrief die De Ridder samen met haar collega van Binnenlands Bestuur naar de lokale besturen stuurde. Daarin stond al dat trajectcontroles gebaseerd moeten zijn op veiligheidsoverwegingen.