In de Uyuk-vallei in Zuid-Siberië is een belangrijke archeologische ontdekking gedaan die ons inzicht in het vroege gebruik van psychoactieve stoffen verandert. In de koninklijke grafheuvel Tunnug 1 zijn bewijzen gevonden die aantonen dat cannabis al ongeveer 2800 jaar geleden door mensen werd gebruikt. Deze vondst is uniek omdat het niet enkel gaat om de aanwezigheid van de plant, maar om het directe bewijs van consumptie.
Het onderzoeksteam, dat werd geleid door Gino Caspari van de Universiteit van Bern, deed tijdens opgravingen in een centrale sleuf van de grafheuvel een opvallende vondst: bijna duizend complete cannabiszaden. Volgens newscientist.com wijst radiokoolstofdatering uit dat deze zaden rond het begin van de 8e eeuw voor Christus zijn achtergelaten.
Hoewel de zaden zelf al een sterke aanwijzing vormden, kwam het doorslaggevende bewijs uit een chemische analyse van een bewaarde menselijke haar uit dezelfde periode. In deze haar werden sporen van cannabinol aangetroffen, een stof die ontstaat wanneer THC — de psychoactieve component van cannabis — oxideert. Daarnaast werden er specifieke chemische signaturen van THC zelf gedetecteerd. Zoals , bewijst dit dat de persoon wiens haar is onderzocht daadwerkelijk in contact is gekomen met de actieve stoffen van de plant.
Deze ontdekking verschuift de tijdlijn van het vroegste harde bewijs voor cannabisgebruik als drug met ongeveer 300 jaar. Voorheen werd de vroegste bevestiging gezocht in China, waar chemische resten op houten branders suggereerden dat de plant ongeveer 2500 jaar geleden tijdens begrafenisrituelen werd gerookt, meldt .
De grafheuvel dateert uit de periode van de Scythen, een volk van nomaden dat in de oudheid bekendstond om hun militaire kracht en hun vaardigheid in het boogschieten te paard. Hun aanwezigheid over een uitgestrekt deel van Eurazië biedt onderzoekers een breder kader om de culturele en medicinale gewoonten van die tijd te begrijpen.
Er is echter een belangrijk onderscheid tussen het gebruik van cannabis als drug en het gebruik van de plant voor andere doeleinden. Genomische studies suggereren namelijk dat de domesticatie van Cannabis sativa al zo'n 12.000 jaar geleden in China zou zijn gestart. In die beginfase werd de plant waarschijnlijk vooral ingezet voor de winning van olie en de productie van hennepvezels, aldus .
Archeologische vondsten in Japan en China bevestigen dit industriële gebruik, met artefacten van hennep die tot 7500 jaar geleden teruggaan. De nieuwe vondsten in de Tunnug 1-heuvel vormen daarmee een cruciale schakel in de geschiedenis, omdat ze aantonen dat de overgang naar het gebruik van de psychoactieve eigenschappen van de plant in Siberië al millennia geleden was ingezet.