Archeologen hebben in Siberië een opmerkelijke vondst gedaan. In een graf van ongeveer 2.800 jaar oud zijn bewijzen gevonden voor het gebruik van cannabis. En niet zomaar bewijs: de plant lijkt een rol te hebben gespeeld bij mensenoffers. Mogelijk werd cannabis ingezet om slachtoffers te kalmeren.
De conclusie rust op twee pijlers. Ten eerste vonden onderzoekers in de tombe aanwijzingen voor cannabis. Dat bevestigt dat de plant ter plaatse aanwezig was. Maar het sterkste bewijs komt van menselijke resten die in het graf waren bijgezet. Daarin zijn aanwijzingen aangetroffen die wijzen op cannabisgebruik. Dat schrijft livescience.com.
Die analyse is cruciaal. Hierdoor weten wetenschappers dat cannabis niet alleen in het graf aanwezig was, maar daadwerkelijk werd gebruikt. De context wijst erop dat dit gebruik niet recreatief of medicinaal was, maar ritueel. De onderzoekers vermoeden dat cannabis werd toegediend aan mensen die als offer dienden — om hen te sussen voordat zij werden gedood.
De ontdekking geldt als een van de vroegste aanwijzingen voor het gebruik van marijuana. Ze geeft archeologen waardevol inzicht in de sociale structuren en spirituele overtuigingen van de vroege bewoners van Siberië. Psychoactieve middelen bij rituelen komen in diverse oude culturen voor, maar de specifieke koppeling aan cannabis in deze regio is uiterst zeldzaam.
De vondst laat ook zien dat de kennis over de werking van planten op de menselijke geest al vergevorderd was, lang voor de jaartelling. Dat helpt onderzoekers om oude rituelen preciezer te reconstrueren.
Door botanische vondsten te combineren met moderne chemie kunnen archeologen een completer beeld schetsen van hoe vroege samenlevingen hun natuurlijke omgeving inzetten voor religieuze doelen. De resultaten dragen bij aan het bredere begrip van de menselijke en culturele ontwikkeling in Siberië.
Eén vraag blijft open: was dit een geïsoleerd incident, of maakte de praktijk deel uit van een wijdverbreider cultureel patroon in de regio?