Bijna de helft van de Brusselse tramlijnen is momenteel getroffen door onderbrekingen als gevolg van diverse werkzaamheden, waarbij de MIVB benadrukt dat dergelijke onderhoudsbeurten niet ongewoon zijn.
De Brusselse tramdienstverlening kampt momenteel met een aanzienlijke uitdaging op het gebied van mobiliteit. Van de negentien tramlijnen die het netwerk in de hoofdstad vormen, zijn er op dit moment neens negen onderbroken door lopende werkzaamheden. Het gaat hierbij specifiek om lijnen 4, 7, 10, 51, 55, 63, 81, 82 en 97. De oorzaken van deze verstoringen liggen hoofdzakelijk bij noodzakelijke herstellingen en structureel onderhoud aan de infrastructuur.
Hoewel de frequente onderbrekingen voor aanzienlijke onvrede kunnen zorgen bij de dagelijkse reizigers, stelt de MIVB dat de huidige situatie van de werven niet als uitzonderlijk moet worden beschouwd. Volgens bruzz.be heeft de maatschappij aangegeven dat een tramnetwerk in principe nooit honderd procent operationeel kan zijn. Laurent Vermeersch, woordvoerder van de MIVB, legde uit dat er op een dergelijk netwerk vrijwel altijd wel ergens een werf aanwezig is.
De technische noodzaak voor deze ingrepen is terug te voeren op de kwetsbaarheid van het tramnetwerk in vergelijking met het metronetwerk. Tramsporen bevinden zich in de publieke ruimte en zijn daardoor direct blootgesteld aan externe factoren die de slijtage versnellen. Denk hierbij aan de druk van zwaar verkeer op kruispunten en de invloed van wisselende en gure weersomstandigheden. De levensduur van de infrastructuur is strikt begrensd: gemiddeld moeten tramsporen elke twintig jaar worden vervangen. Op strategische en drukke knooppunten kan deze termijn zelfs nog korter uitvallen door de intensieve belasting.
Een van de meest ingrijpende projecten vindt momenteel plaats bij het Zuidstation, waar de lijnen 4 en 10 voor een periode van maar liefst een jaar onderbroken worden. De reden hiervoor is de vervanging van een betonplaat die al veertig jaar oud is. Deze plaat vertoont duidelijke tekenen van veroudering en kampt met problemen door waterinsijpeling, wat structurele ingrepen noodzakelijk maakt om de veiligheid te waarborgen.
Daarnaast worden tramwerken vaak gepland in nauwe samenwerking met andere stedelijke infrastructuurprojecten. Het is gebruikelijk dat werken aan de tramsporen worden gekoppeld aan onderhoud aan de riolering of andere publieke nutsvoorzieningen om de impact op de stad te beperken. Een concreet voorbeeld hiervan is te zien in de Edouard Stuckensstraat en de Henri Van Hammestraat in de gemeente Evere. In dit gebied voert de watermaatschappij Vivaqua eerst noodzakelijke vernieuwingen aan de riolering uit, waarna de dertig jaar oude tramsporen aan de beurt zijn. Door deze opeenvolgende werken zal de onderbreking van lijn 55 naar verwachting nog tot in het jaar 2027 aanhouden.
De impact van deze aanhoudende werken is echter duidelijk voelbaar voor de gebruikers van het openbaar vervoer. Reizigersorganisatie Gebov heeft haar zorgen geuit over de verstoringen, waarbij de onderbreking van lijn 51 specifiek als punt van zorg werd aangemerkt. De voortdurende noodzaak voor onderhoud aan de verouderende infrastructuur blijft hiermee een kritiek punt voor de continuïteit van de Brusselse mobiliteit.