In het gerechtelijke proces rond het fatale ongeval van een werknemer bij de frietproducent Agristo is een scherp contrast ontstaan tussen de positie van het bedrijf en die van haar bestuurders. Terwijl de onderneming haar verantwoordelijkheid erkent, proberen de individuele bestuurders hun onschuld aan te tonen.
Het ongeval betreft het overlijden van Michael, een 33-jarige medewerker. Volgens berichtgeving van nieuwsblad.be heeft de producent het incident bestempeld als de "zwartste bladzijde" in de geschiedenis van de organisatie. Het bedrijf heeft in het kader van het proces officieel schuld bekend.
Deze erkenning door de rechtspersoon Agristo staat echter op gespannen voet met de strategie van de bestuurders. Zij gaan in de rechtszaal namelijk voor vrijspraak. Hiermee wordt een juridisch onderscheid gemaakt tussen de aansprakelijkheid van de firma als entiteit en de persoonlijke strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de leidinggevenden.
De ernst van de veiligheidssituatie op de werkvloer kwam tijdens het proces sterk aan het woord via de getuigenis van een arbeidsauditeur. Deze expert uitte felle kritiek op de omstandigheden bij het bedrijf. Zo verklaarde de auditeur dat de veiligheid zodanig in het gedrang was dat hij tijdens een hercontrole bijna zelf van de machine viel. Deze verklaring onderstreept de risico's waaraan het personeel werd blootgesteld, zoals beschreven in een artikel van hln.be.
Het proces draait in essentie om de vraag in hoeverre er sprake was van nalatigheid in de preventiemaatregelen en wie daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden. De getuigenis van de arbeidsauditeur over de onveilige machines vormt hierbij een cruciaal bewijsstuk om de staat van de veiligheid op het moment van het ongeval en tijdens latere controles te duiden.
De uitkomst van dit proces zal bepalen of enkel het bedrijf een sanctie krijgt of dat de bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het fatale ongeval van de 33-jarige werknemer.