De zoektocht naar sporen van leven op Mars wordt bemoeilijkt door de extreme omstandigheden op het oppervlak, waarbij vloeibaar water en hanteerbare temperaturen zelden gelijktijdig voorkomen. Een nieuw theoretisch model suggereert echter dat microscopische structuren in zoutkristallen deze paradox kunnen oplossen door te fungeren als kleine, beschermde kassen voor microben.
Volgens een analyse van universetoday.com kampen organismen op de rode planeet met een vijandige omgeving. Gedurende de nacht stijgt de luchtvochtigheid, waardoor zouten waterdamp kunnen absorberen via deliquescentie. Echter, de temperatuur daalt in deze periode vaak tot wel -80 graden Celsius, wat te koud is voor biologische processen. Overdag stijgt de temperatuur weliswaar richting het vriespunt, maar verdwijnt het beschikbare water door de intense zoninstraling.
Een onderzoeksteam onder leiding van Anna Bognar, verbonden aan het Konkoly Observatorium en de Eötvös Loránd Universiteit (ELTE), stelt dat juist de extreme temperatuurverschillen een oplossing bieden. De schommelingen kunnen in één dag oplopen tot 150 graden, wat aanzienlijke mechanische spanning op gesteenten veroorzaakt. Zoals beschreven in de berichtgeving van , kunnen kristallen van haliet (keukenzout) krimpen met ongeveer 1,6% wanneer de temperatuur daalt van 300 K naar 150 K. Deze krimp leidt tot het ontstaan van microscopische breuken en spleten in het kristal.
Dit mechanisme creëert een unieke overlevingsstrategie voor microben. Tijdens de koudste momenten van de nacht trekken de hygroscopische zouten vocht uit de atmosfeer, waardoor er microscopische pekel in de spleten ontstaat. Wanneer de zon opkomt en het materiaal opwarmt, zet het kristal weer uit. Hierdoor worden de microfracturen effectief afgesloten. Terwijl de buitenkant van het kristal overdag volledig uitdroogt, blijft het water in de afgesloten kanalen behouden.
In deze afgesloten ruimtes zijn water en een relatief milde temperatuur tegelijkertijd aanwezig, wat een ideale omgeving creëert voor microben om te overleven. In een artikel van wordt uitgelegd dat deze minuscule ruimtes als natuurlijke kassen werken, die bescherming bieden tegen de vijandige buitenomgeving van de planeet.
Deze theoretische inzichten kunnen de koers van toekomstige Marsmissies beïnvloeden. In plaats van uitsluitend te zoeken naar grote waterreservoirs, zou de focus kunnen verschuiven naar de microscopische analyse van zoutafzettingen. Zoals vermeld door , biedt dit een nieuw perspectief op de locaties waar biologische sporen het meest waarschijnlijk bewaard zijn gebleven.