De voedingsindustrie in België heeft besloten de regels voor reclame voor ongezonde producten aan te scherpen, maar experts waarschuwen dat deze vrijwillige maatregelen onvoldoende zijn om de obesitasepidemie te bestrijden. Hoewel de leeftijdsgrens voor bepaalde reclames vanaf 2026 wordt verhoogd naar 16 jaar, vrezen voedingswetenschappers dat de criteria voor wat als 'ongezond' wordt beschouwd, veel te ruim zijn.
Nieuwe richtlijnen vanaf 2026
Sinds 2012 hanteren Belgische voedingsproducenten en handelaars de zogenaamde 'Belgian Pledge', een ethische code om de reclame voor ongezonde voeding aan kinderen te beperken. Volgens informatie van vilt.be zal deze zelfregulering vanaf 1 januari 2026 worden uitgebreid. De belangrijkste wijziging is dat de leeftijdsgrens voor reclame voor producten met een te hoog suiker-, zout- of vetgehalte wordt opgetrokken van 13 naar 16 jaar.
Deze nieuwe regels gelden niet enkel voor traditionele media zoals televisie en radio, maar ook voor sociale media en online platforms waar een aanzienlijk deel van het publiek uit jongeren bestaat. Daarnaast worden de restricties rond scholen strenger; er komt een verbod op dergelijke reclame binnen een straal van 150 meter rond onderwijsinstellingen. Het verbod wordt tevens uitgebreid van het lager naar het secundair onderwijs.
Twijfel over nutritionele criteria
Ondanks de verhoging van de leeftijdsgrens, is er vanuit de wetenschappelijke gemeenschap grote bezorgdheid over de effectiviteit van de nieuwe 'Pledge 3.0'. De criteria waaraan een product moet voldoen om als 'gezond' of 'acceptabel' te worden beschouwd, worden door experts als veel te mager ervaren. Zo merkt eoswetenschap.eu op dat de suikerlimiet voor bepaalde zoete koeken op maar liefst 35 gram per 100 gram product ligt, wat volgens critici een te hoge grens is voor een product dat als gezond gepromoot mag worden.
Stefanie Vandevijvere, een senior onderzoeker bij Sciensano die gespecialiseerd is in de impact van de voedselomgeving op eetgewoonten, stelt dat de focus van de industrie te veel ligt op het nakomen van eigen afspraken in plaats van op de werkelijke bescherming van kinderen. Volgens berichtgeving van apache.be trekt zij een scherpe vergelijking met de mobiliteitssector: men zou de verantwoordelijkheid voor het mobiliteitsbeleid immers ook niet enkel aan autofabrikanten overlaten. De kern van het probleem is volgens haar niet of bedrijven hun eigen engagementen nakomen, maar of deze engagementen daadwerkelijk de blootstelling aan ongezonde reclame verminderen.
Belangenverstrengeling en beleid
De discussie over zelfregulering raakt aan een dieper liggend probleem van belangenverstrengeling. Terwijl de industrie claimt dat zij efficiënter kan optreden dan de overheid, beschouwen critici de inspanningen vaak als een vorm van reputatiemanagement. Volgens gezondleven.be ontbreekt in België nog steeds een specifieke, bindende wetgeving die de reclame naar jongeren reguleert, ondanks de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
De impact van commerciële actoren op de volksgezondheid is een groeiend onderzoeksveld. Projecten binnen Sciensano richten zich onder meer op de 'commerciële determinanten van gezondheid'. Zo wordt onderzocht hoe de strategieën van de voedingsindustrie direct bijdragen aan risicofactoren voor chronische ziekten, zoals obesitas en kanker, door de consumptie van sterk bewerkte voeding aan te jagen kanker.be. De spanning tussen de commerciële belangen van de sector en het publieke gezondheidsbelang blijft hiermee een centraal punt in het Belgische voedingsbeleid.