Wereldwijd worden diverse regio's momenteel hard getroffen door de gevolgen van een krachtig El Niño-fenomeen. Dit natuurverschijnsel leidt tot ernstige weersomstandigheden die een directe impact hebben op ecosystemen, de landbouw en bewoners van kustgebieden. De gevolgen zijn breed merkbaar; zo ervaart India een van de droogste moessonperiodes uit de geschiedenis, terwijl Indonesië kampt met intense bosbranden. In Indonesië is de luchtkwaliteit door giftige rook zo slecht geworden dat bewoners het advies kregen binnen te blijven en sommige scholen hun activiteiten moesten staken.
Vanwege de destructieve aard van deze gebeurtenissen onderzoeken specialisten uit de chemie, natuurkunde en techniek of geoengineering kan worden ingezet om de opwarming van het oceaanwater te remmen. Het doel is om de schadelijke effecten van El Niño te verzachten of het ontstaan ervan zelfs volledig te blokkeren. Volgens een analyse van newscientist.com variëren deze voorstellen van experimentele methoden tot zeer ingrijpende interventies in de natuur.
Een van de meest besproken concepten is de toepassing van 'kunstmatige upwelling'. Deze techniek is oorspronkelijk bedacht om de hoeveelheid koolstofdioxide die door de oceanen wordt opgenomen te vergroten. Hierbij wordt koud water uit de diepte naar de oppervlakte gepompt, wat de groei van plankton stimuleert. Dit plankton absorbeert vervolgens koolstof uit de lucht. In een artikel van wordt uitgelegd dat deze methode mogelijk gebruikt kan worden om de temperatuur van het zeeoppervlak in de tropische Pacific te verlagen, waardoor de vorming van een El Niño-event theoretisch voorkomen kan worden.
Desondanks is er grote scepsis over de praktische uitvoering van dergelijke plannen. Katharine Ricke, verbonden aan de University of California, San Diego, stelt dat de technische schaal van een dergelijke operatie bijna onmogelijk is. Om dit te illustreren, wordt in de berichtgeving van verwezen naar onderzoek in de Indische Oceaan. Daaruit bleek dat voor een effectieve koeling van het oppervlak ongeveer 5,8 miljoen kilometer aan pijpleidingen nodig zou zijn, wat bijna het dubbele is van alle huidige pijpleidingen wereldwijd.
Naast de logistieke uitdagingen zijn er aanzienlijke ecologische risico's. Er is echter onduidelijkheid over wat de installatie van een dergelijke hoeveelheid pijpleidingen zou betekenen. Zoals beschreven door , blijven landen daarom voorlopig vooral vertrouwen op traditionele maatregelen, zoals het bouwen van waterkeringen om overstromingen en extreem weer op te vangen.