← Terug
Starlink-satellieten veroorzaken radio-interferentie voor astronomische waarnemingen

Starlink-satellieten veroorzaken radio-interferentie voor astronomische waarnemingen

Wetenschappers hebben vastgesteld dat signalen van Starlink-satellieten interfereren met radioastronomische observaties op lage frequenties. Uit recent onderzoek blijkt dat specifieke transmissies voor telemetrie, tracking en commando (TT&C) zorgen voor verstoringen rond de 137 MHz.

Een team van astronomen, waaronder onderzoekers van het Shanghai Astronomical Observatory, heeft onderzoek gedaan naar de impact van satellietemissies op de radioastronomie. In een wetenschappelijk artikel, ingediend op 27 oktober 2026 bij Astronomy & Astrophysics, beschrijven zij hoe zij met behulp van de 21 CentiMeter Array (21CMA) signalen hebben gedetecteerd die afkomstig zijn van het Starlink-netwerk van SpaceX. Volgens de publicatie op arxiv.org kunnen deze emissies op lage frequenties een aanzienlijke hinder vormen voor astronomische waarnemingen.

Detectie en identificatie

Tijdens waarnemingen op 15 april 2025 hebben de onderzoekers vijf gecoördineerde VHF-kanalen gescand. Hierbij werden twee geldige datapakketten gedetecteerd op een frequentie van 137,055 MHz. Elk van deze signalen had een duur van ongeveer 1,027 seconden en ze waren gescheiden door een interval van bijna 100 seconden.

Om de bron van de verstoring te achterhalen, voerden de wetenschappers een "blinde vergelijking" uit met een catalogus van 11.305 actieve satellieten. Deze analyse, zoals beschreven via papers.cool, leidde tot de identificatie van de satelliet STARLINK-32838 (NORAD ID 62827) als de zender. Door gebruik te maken van differentiële Doppler-metingen konden de onderzoekers bevestigen dat beide gedetecteerde signalen afkomstig waren van hetzelfde ruimtevaartuig.

Orbitale context en impact

Uit de orbitale analyse bleek dat de betreffende satelliet op het moment van de detectie bezig was met het verhogen van zijn baan (orbit raising). De beperkte hoeveelheid gedetecteerde signalen was volgens de auteurs mede te wijten aan het feit dat de satelliet gedurende het grootste deel van de observatietijd onder de horizon bewoog.

Een belangrijk resultaat van het onderzoek is echter dat deze verstoringen niet beperkt zijn tot de fase van het baanverhogingsproces. Een heranalyse van eerdere detecties via het EDA2-systeem wijst erop dat dergelijke emissies in verschillende orbitale fasen voorkomen. Dit betekent dat de potentiële interferentie met de radioastronomie breder is dan aanvankelijk werd aangenomen. De geschatte fluxdichtheid van het sterkste event werd vastgesteld op 9,23 MJy op een afstand van 1000 km, wat consistent is met eerdere metingen.

Toekomstige mitigatie

Het doel van het onderzoek met de 21CMA was om de VHF-emissies van Starlink beter te karakteriseren. Volgens de samenvatting op het platform uchuchu.tech is deze kennis essentieel om de impact op toekomstige radioastronomische observaties op lage frequenties in te schatten. Bovendien dient deze informatie als basis voor de ontwikkeling van methoden om de resulterende interferentie te verminderen.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van signaal-demodulatie, decodering en orbitale analyse de identificatie van satelliet-gerelateerde radiofrequentie-interferentie aanzienlijk kan verbeteren. Hiermee hopen zij een kader te scheppen waarin astronomische data zuiverder kunnen worden verzameld, ondanks de toenemende aanwezigheid van commerciële satellietconstellaties in een lage baan om de aarde.

Het volledige rapport, dat 15 pagina's beslaat en is voorzien van diverse tabellen en figuren, is beschikbaar gesteld via de voor verdere peerreview en wetenschappelijke discussie.

Waardering
0
Stem mee op dit artikel
Discussie
Nog geen reacties. Wees de eerste!