Een neutrino met een energie van 220 PeV (peta-elektronvolt). Dat is het deeltje KM3-230213A, opgevangen door het KM3NeT-observatorium. Een directe bron in het heelal is tot op heden niet gevonden. Die mysterieuze afkomst heeft de zoektocht naar exotische verklaringen op gang gebracht.
Kosmische snaren als bron?
Op 27 oktober 2026 diende onderzoeker Bo-Qiang Lu een wetenschappelijk document in bij arxiv.org. Daarin onderzoekt hij een opmerkelijke hypothese: het neutrino zou afkomstig kunnen zijn van een netwerk van kosmische snaren. Dat zijn hypothetische, eendimensionale defecten in de ruimtetijd.
De analyse beschrijft de detectie als een vorm van 'calorimetrie'. De wet van behoud van energie doet het werk: als het deeltje inderdaad van zo'n netwerk komt, weerspiegelt de gemeten flux direct hoeveel energie het netwerk in totaal heeft verbruikt. Hoe het netwerk die energie precies uitzendt, maakt dan niet uit — alleen hoeveel er vrijkwam.
🧠 Even simpel uitgelegd
Een neutrino is een piepklein deeltje dat bijna ongestoord door alles heen vliegt — zelfs door de aarde. Dit exemplaar had een extreem hoge energie, alsof één deeltje de kracht van miljoenen bliksemschichten droeg. Kosmische snaren zijn dan weer denkbeeldige 'scheurtjes' in de ruimte. De theorie zegt: als zo'n scheurtje een deeltje met zoveel energie afschiet, kunnen we daaruit terugrekenen hoeveel energie het hele netwerk van scheurtjes in totaal verbruikt. Eén gemeten deeltje vertelt dus iets over iets veel groters.
Eén deeltje versus hele meetarrays
De berekeningen laten zien dat een 'cusp' — een scherpe knik in de snaar — bij een kritische stroom de benodigde energie kan leveren met een efficiëntie van één. Voor de gebeurtenis KM3-230213A levert dat een waarde op van $G\mu\epsilon_p$ tussen de $2,8$ en $4,3 \times 10^{-11}$, uitgaande van een neutrinofractie ($f_\nu$) van 0,1.
De vergelijking met andere meetmethoden is opvallend. Volgens de auteur halen pulsar timing-metingen momenteel een gevoeligheid van $10^{-10}$. De detectie van slechts één enkel neutrino van deze magnitude kan dus concurreren met de resultaten van grote arrays van timing-instrumenten.
Wat nu?
Voor de variant van de theorie waarbij het netwerk nog steeds gravitationele straling uitzendt, is de combinatie van flux- en timinggegevens cruciaal. De huidige data suggereren dat ongeveer een derde van de energie van het netwerk in deeltjes zou moeten worden omgezet. Om dat te verifiëren en de exacte energieverdeling te bepalen, zijn toekomstige detecties van neutrino's boven de 100 PeV nodig.
Het onderzoek valt onder de fenomenologie van hoge-energiefysica en de algemene relativiteit en kwantumcosmologie. Het staat nog in de preprint-fase, dus de wetenschappelijke gemeenschap wordt uitgenodigd om commentaar te leveren.
Tot slot een kanttekening: er bestaan commerciële partijen met vergelijkbare namen, zoals de interieurleverancier cosmicbrand.com, maar die hebben geen enkele relatie met dit astrofysische onderzoek of het KM3NeT-project. Het wetenschappelijke debat blijft strikt beperkt tot de theoretische fysica en de interpretatie van hoogenergetische kosmische straling.