Een wetenschappelijke doorbraak werpt nieuw licht op een hardnekkige paradox binnen de Orionnevel. Astronomen worstelden jarenlang met de vraag waarom de protoplanetaire schijven rond jonge sterren niet overeenkwamen met de geschatte leeftijd van de sterren zelf. Een nieuwe theorie over de samensmelting van sterren lijkt dit probleem nu op te lossen.
De Orionnevel, die zich op een afstand van circa 1400 lichtjaar van de aarde bevindt, is een van de belangrijkste gebieden voor de studie naar stervorming. Sinds de inzet van de Hubble-ruimtetelescoop in 1990 hebben onderzoekers hier zogenaamde 'proplyds' kunnen waarnemen. Dit zijn schijven van stof en gas die rondom jonge sterren draaien en potentieel de basis vormen voor nieuwe zonnestelsels.
Het probleem met deze proplyds is dat ze staartvormige structuren vertonen. Dit fenomeen wordt veroorzaakt door externe foto-evaporatie, waarbij intense straling van naburige massieve sterren het materiaal van de schijven wegblaast. Volgens berichtgeving van universetoday.com ontstond hierdoor een chronologische tegenstrijdigheid: de snelheid waarmee het materiaal verdwijnt, suggereert dat de schijven veel jonger zijn dan de sterren in de Orion Nebula Cluster, die een leeftijd van ongeveer één miljoen jaar hebben.
In het centrum van deze dynamiek staat de ster $\theta^1$ Ori C1, de meest massieve ster in het Trapezium-cluster. Deze ster is de primaire bron van de straling die de proplyds uitholt. Maite Wilhelm, astronoom aan de Universiteit Leiden, wijst erop dat er een aanhoudende spanning is tussen de leeftijd van de sterren en de snelheid van de foto-evaporatie. Daarnaast is er een tweede inconsistentie: de uitdijende gas-schil van de nevel lijkt dynamisch gezien jonger te zijn dan de sterren die deze schil hebben voortgebracht, zo meldt .
Om deze paradoxen te verklaren, stellen de onderzoekers in een publicatie in Astronomy and Astrophysics een scenario voor waarbij een 'triple-induced merger' heeft plaatsgevonden. Dit houdt in dat de interactie tussen drie sterren heeft geleid tot een samensmelting. In dit model is de huidige $\theta^1$ Ori C1 het resultaat van een dergelijke recente fusie.
Deze theoretische wending betekent dat de intense stralingsdruk die de proplyds en de gas-schil beïnvloedt, pas kortgeleden is ontstaan. Hoewel de individuele sterren in de cluster weliswaar een miljoen jaar oud zijn, is de specifieke bron van de straling — de samengesmolten ster — veel jonger. Hierdoor is de periode waarin materiaal is weggeërodeerd korter dan voorheen werd gedacht. Zoals beschreven door , zorgt dit ervoor dat de huidige staat van de protoplanetaire schijven en de dynamiek van de nevelschil plotseling wel kloppen met de observaties.
Door deze benadering wordt de tegenstrijdigheid tussen de chronologische leeftijd van de sterren en de fysieke toestand van de omringende materie weggenomen. Het onderzoek benadrukt dat complexe interacties tussen sterren, zoals fusies, een cruciale rol kunnen spelen in de evolutie van stervormingsgebieden. De bevindingen, zoals gedeeld via , bieden hiermee een sluitende verklaring voor een mysterie dat astronomen al decennia bezighield.