De rechtbank heeft een hard oordeel geveld over de manier waarop het faillissement van de Beauty Academy is afgehandeld. Volgens berichtgeving van hln.be stelt de magistratuur vast dat het faillissement van de schoonheidsacademie gedurende meerdere maanden kunstmatig in stand is gehouden.
In de rechtszaak tegen Lesley-Ann Poppe en haar echtgenoot kwam aan het licht dat de situatie van de onderneming niet transparant werd beheerd. De rechter keek met name kritisch naar de pogingen om de zaak te redden. Zo wordt er in de verslaglegging van nieuwsblad.be melding gemaakt van een zogenaamde reddingsoperatie die door de rechtbank werd doorprikt. Een specifiek punt van discussie tijdens de zitting was de verkoop van een Jaguar, die eigendom was van het echtpaar. Deze transactie riep volgens de rechtbank vragen op over de werkelijke aard en het doel van de financiële bewegingen binnen de onderneming.
Het kernpunt van de zaak draait om de vraag waarom het faillissement niet eerder werd aangevraagd. Wanneer een onderneming niet langer in staat is haar schulden te betalen, is er een wettelijke plicht om dit tijdig te melden. In dit geval oordeelde de rechter dat dit proces bewust is vertraagd, wat negatieve gevolgen kan hebben voor de schuldeisers van de Beauty Academy.
Hoewel de Beauty Academy zich profileerde als een centrum voor schoonheidsbehandelingen en opleidingen, bleek de financiële onderbouw volgens de rechtbank niet houdbaar. De bewuste vertraging van het faillissement wordt gezien als een onjuiste gang van zaken, waarbij de hoop op een wonderbaarlijke redding niet strookte met de feitelijke cijfers en gebeurtenissen.
De zaak onderstreept de strikte regels rondom faillissementswetgeving in België, waarbij bestuurders persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gehouden als zij nalatig zijn in het tijdig aanvragen van een faillissement of als er sprake is van onregelmatigheden in het beheer van de activa.