De Brusselse kortgedingrechter heeft beslist om niet in te gaan op de eis van de Antwerpse activist Moshe Friedman om de Amerikaanse ambassadeur, Bill White, tot persona non grata te verklaren. De rechtbank oordeelde dat een dergelijke diplomatieke maatregel buiten de bevoegdheid van de rechterlijke macht valt en uitsluitend door de regering kan worden beslist.
Juridische strijd om diplomatieke status
Moshe Friedman had zich tot de rechter in kort geding gewend met de vordering dat de Belgische staat ambassadeur Bill White officieel onwelgevend zou verklaren. De term persona non grata is Latijn voor "persoon die niet welkom is". Wanneer een staat deze status aan een diplomaat toekent, kan dit ertoe leiden dat de betreffende persoon het land moet verlaten.
Volgens de rechtbank is de gevorderde maatregel een directe toepassing van artikel 9 van het Verdrag van Wenen. De rechter benadrukte dat dit de meest ingrijpende diplomatieke stap is die kan worden ondernomen tegen een lid van een diplomatieke missie. In de uitspraak wordt gesteld dat het inwilligen van de vordering van Friedman zou betekenen dat de rechtbank de volledige beslissingsbevoegdheid van de uitvoerende macht zou overnemen. De beslissing om een diplomaat uit te zetten, behoort volgens de rechter dus tot het domein van de regering en niet tot dat van de rechtbank, zoals vermeld in de berichtgeving van vrt.be.
Aanleiding van het conflict
De basis voor de juridische actie ligt in een persoonlijk conflict tussen de activist en de Amerikaanse diplomaat. Friedman stelt dat hij in het vizier van Bill White kwam nadat hij een juridische procedure was gestart tegen illegale joodse besnijdenissen die in België zouden zijn uitgevoerd.
De activist claimde vorige week dat de ambassadeur hem had aangevallen door hem een "leugenaar, oplichter en bedrieger" te noemen. Daarnaast zou White zich hebben bemoeid met de interne Belgische rechtsorde. Friedman beweerde dat de ambassadeur stelde dat het Belgische gerecht geen tijd zou moeten verspillen aan het onderzoek naar de besnijdenissen, wat volgens de activist een ongepaste inmenging is in de nationale rechtspraak. Deze details werden onder meer gerapporteerd door bruzz.be.
Context en bevoegdheden
De zaak onderstreept de strikte scheiding tussen de rechterlijke macht en de uitvoerende macht in zaken van internationale diplomatie. Hoewel burgers kunnen proberen via de rechter acties af te dwingen tegen overheidsfunctionarissen of diplomaten, blijven beslissingen over de status van buitenlandse gezanten een politiek instrument.
De uitspraak van de Brusselse kortgedingrechter bevestigt dat de diplomatieke immuniteit en de procedures rondom het Verdrag van Wenen een specifieke afhandeling vereisen die enkel via officiële regeringskanalen kan verlopen. De eis van Friedman om de ambassadeur het land uit te zetten, is hiermee juridisch afgewezen omdat de rechter simpelweg niet over de wettelijke instrumenten beschikt om een dergelijke diplomatieke sanctie op te leggen.
Hoewel andere media zoals nieuwsblad.be en gva.be ook over de zaak zouden kunnen berichten, boden zij op het moment van analyse geen aanvullende feitelijke details die afwijken van de kern van de uitspraak. De focus van de zaak blijft daarmee liggen op de onbevoegdheid van de rechter in kort geding om diplomatieke statuswijzigingen af te dwingen.