De uitrol van quantumcomputing staat mogelijk voor een onverwachte uitdaging. Hoewel de technologie fundamenteel verschilt van de systemen die kunstmatige intelligentie (AI) aandrijven, is er een groeiende vrees dat de publieke opinie beide onder één noemer plaatst. De toenemende weerstand tegen de fysieke infrastructuur van AI-datacenters zou wel eens kunnen leiden tot een soortgelijke afwijzing van quantumfaciliteiten.
Wereldwijd, en in het bijzonder in de Verenigde Staten, stuiten plannen voor nieuwe datacenters steeds vaker op fel protest van lokale bewoners. De kritiek richt zich voornamelijk op de ecologische impact, zoals het enorme verbruik van elektriciteit en water, en de overlast door geluid. In sommige regio's leidt de komst van deze centra zelfs tot een stijging van de energiekosten voor de omwonenden of een tekort aan drinkwater. Volgens een analyse van newscientist.com bestaat het risico dat quantumcomputing in het publieke debat onterecht wordt gelijkgesteld aan de AI-industrie.
Een actueel voorbeeld van deze dynamiek is het Illinois Quantum and Microelectronics Park (IQMP) aan de zuidkant van Chicago. Dit project, dat in september 2025 officieel van start ging met steun van burgemeester Brandon Johnson en gouverneur JB Pritzker, beslaat ongeveer 128 hectare. Het park is bedoeld als een centrale hub voor de quantumsector en heeft reeds meer dan 1 miljard dollar aan investeringen uit zowel publieke als private bronnen aangetrokken. meldt dat organisaties zoals IBM, Pasqal, Infleqtion en Diraq hier faciliteiten zullen vestigen.
Binnen dit park speelt PsiQuantum een prominente rol. Het bedrijf ambieert om uiterlijk aan het einde van dit decennium, en mogelijk al in 2028, de eerste utility-scale quantumcomputer met foutcorrectie in de Verenigde Staten operationeel te hebben. Echter, ondanks de economische beloften, is de ontvangst door de lokale bevolking niet onverdeeld positief. De fysieke aanwezigheid van dergelijke grootschalige technologische campussen in woonwijken kan leiden tot juridische strijd en maatschappelijke onrust.
Het gevaar schuilt in de perceptie: omdat beide technologieën vallen onder de brede term 'geavanceerde computing' en vaak in imposante gebouwen worden gehuisvest, kunnen burgers de ecologische voetafdruk van AI onbedoeld projecteren op quantumprojecten. Terwijl AI-centra bekendstaan om hun energieverbruik voor training en inferentie, hebben quantumcomputers andere specifieke behoeften. Toch waarschuwt dat de sector zich duidelijk moet onderscheiden van de AI-sector om maatschappelijk draagvlak te behouden.
De ontwikkeling van het IQMP in Chicago fungeert hiermee als een lakmoesproef. Het succes van ambitieuze plannen, zoals die van PsiQuantum, hangt niet enkel af van technische doorbraken in foutcorrectie, maar ook van het vermogen om transparant te communiceren over de werkelijke impact van hun installaties. Zonder een heldere positionering riskeren quantumprojecten meegevoerd te worden in de golf van wantrouwen tegenover grootschalige digitale infrastructuur, zoals beschreven door .