Het assisenproces tegen een 64-jarige vrouw uit Puurs-Sint-Amands is definitief van start gegaan voor het hof van assisen in Antwerpen. De vrouw wordt beschuldigd van de dood van haar 81-jarige moeder, die destijds in een woonzorgcentrum in Bornem verbleef. De start van de zittingen volgde na twee eerdere mislukte pogingen om het proces te laten beginnen.
De beschuldigde kampte met gezondheidsproblemen en zou op de dag van de opening eigenlijk een medische operatie ondergaan die als relatief dringend werd omschreven. Om een derde uitstel van het proces te vermijden, is er een praktische oplossing gezocht. Volgens berichtgeving van vrtnws.be mag de vrouw de zittingen daarom niet op de traditionele beschuldigdenbank doorbrengen, maar in een speciale comfortabele stoel.
De feiten vatten zich samen in de nacht van 3 op 4 november 2020. De beklaagde zou haar moeder medicatie hebben toegediend die niet was voorgeschreven en vervolgens een kussen op het gezicht van de vrouw hebben gedrukt. Het slachtoffer overleed twee dagen later. De wetsdokter concludeerde dat deze handelingen het overlijden van de 81-jarige vrouw minstens hebben versneld.
De zaak kwam aan het licht nadat de politie werd ingeschakeld vanwege vermoedens van een verdacht overlijden. Tijdens de voorlezing van de akte van beschuldiging kwam naar voren dat de dienstverantwoordelijke van de afdeling voor dementen en twee zorgkundigen melding hadden gemaakt van verontrustende incidenten in de weken voorafgaand aan het overlijden. Bij al deze incidenten was de dochter betrokken.
De beklaagde stelt zelf dat zij geen financiële motieven had voor haar handelingen. Volgens haar was het doel om haar moeder uit haar lijden te verlossen. In een bericht van hln.be wordt haar emotionele motivatie verder toegelicht, waarbij zij aangaf het niet meer te kunnen aanzien hoe haar moeder daar lag.
De volksjury moet nu oordelen of er sprake is van oudermoord. Dit is een specifieke juridische term uit het vorige Strafwetboek, dat van toepassing is op deze zaak omdat de feiten in 2020 plaatsvonden. Deze kwalificatie houdt rekening met de familiale band tussen de dader en het slachtoffer in de opgaande lijn en kan een impact hebben op de uiteindelijke strafmaat.