Premier Bart De Wever (N-VA) heeft in de Kamercommissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing verklaard dat België na één laatste financiële saneringsronde toe moet naar een grondige institutionele hervorming om uit de huidige problemen te komen.
De premier koppelt de noodzaak van een nieuwe staatshervorming direct aan de precaire financiële toestand van het land. Volgens De Wever is de federale overheid door opeenvolgende staatshervormingen in het verleden zodanig "uitgekleed" dat de ruimte om verder te saneren zeer beperkt is geworden. Hij stelt dat de federale overheid nog één ronde van sanering aankan, maar dat de daaropvolgende stap noodzakelijkerwijs een "institutionele ronde" moet zijn die in de diepte gaat, zoals bericht door vrt.be.
Timing en politieke context
De uitspraak van de premier komt op een gevoelig moment. De federale regering staat aan de vooravond van begrotingsgesprekken die naar verwachting weken zullen duren, waarbij gezocht moet worden naar een besparing van 10 miljard euro. De Wever erkent dat het voeren van gesprekken over een nieuwe staatshervorming complex zal zijn, aangezien de visies van de partijen in zowel de meerderheid als de oppositie sterk uiteenlopen.
Deze visie van de premier sluit aan bij standpunten die recenter ook werden ingenomen door Sander Loones, Vlaams Parlementslid en lid van Jong N-VA. De koppeling tussen de budgettaire noodzaak en de institutionele structuur is een terugkerend thema in de retoriek van de premier.
Kritiek van politicoloog
Niet iedereen is overtuigd van de analyse van de premier. Politicoloog Carl Devos bekritiseert de retoriek van De Wever en stelt dat zijn uitspraak "kort door de bocht" is. Volgens Devos is de ruimte voor sanering op federaal niveau al veel eerder uitgeput; hij stelt dat "het vet op federaal niveau al lang van de soep" is, zoals overgenomen door nieuwskoppen.be.
Bredere visie op communautaire hervormingen
De huidige focus op een nieuwe staatshervorming is geen geïsoleerd incident, maar past in een breder kader van hoe De Wever naar de Belgische structuur kijkt. In een eerder interview met VRT NWS uit februari 2025 bestempelde de toenmalige formateur hervormingen op de arbeidsmarkt en in de pensioenen al als "communautaire hervormingen". Hij betoogde dat het beperken van de werkloosheid in de tijd een revolutionaire en communautaire maatregel is, zeker voor Wallonië, zoals vermeld in een artikel van vrt.be.
In datzelfde kader verdedigde De Wever het regeerakkoord als het beste mogelijke compromis, waarbij hij wees op de noodzaak om te kiezen voor toekomstige generaties. Hij benadrukte toen dat het verschil tussen werken en niet werken netto 500 euro zou moeten bedragen en bekritiseerde specifieke pensioenregelingen, zoals die bij de NMBS, die volgens hem in de private sector onhaalbaar zijn.
Conclusie
De premier positioneert de institutionele toekomst van België nu expliciet als de enige uitweg na de komende budgettaire inspanningen. Terwijl de regering zich concentreert op de zoektocht naar miljarden aan besparingen, blijft de vraag hoe een nieuwe staatshervorming vormgegeven kan worden in een politiek landschap met sterk uiteenlopende visies. De discussie hierover wordt verder gevolgd via diverse nieuwsplatforms zoals Het Laatste Nieuws en demorgen.be.