De zoektocht naar de oorsprong van het water op aarde heeft een nieuwe wending gekregen door de ontdekking van specifieke ijzerminerale. Deze mineralen zouden in staat zijn om water vast te houden in de diepste regionen van de aardmantel, vlakbij de kern, een gebied waar men voorheen dacht dat de opslag van vloeistoffen onmogelijk was. Volgens een artikel van livescience.com vormen deze mineralen mogelijk de ontbrekende schakel in het begrijpen van hoe water door de verschillende lagen van de planeet wordt getransporteerd.
In de extreme omgeving nabij de aardkern, waar zowel de druk als de temperatuur ongekend hoog zijn, verliezen de meeste bekende mineralen hun vermogen om water te binden. De nieuw geïdentificeerde ijzerminerale wijken hier echter van af. Ze kunnen water opslaan onder condities die voorheen als ondoordringbaar werden beschouwd. Dit water wordt geclassificeerd als 'primordiaal water', wat betekent dat het reeds aanwezig was tijdens de initiële vorming van de aarde miljarden jaren geleden. Zoals beschreven door , zou dit kunnen betekenen dat de interne waterreserves van de aarde aanzienlijk groter zijn dan wetenschappers tot nu toe hadden berekend.
De aardmantel fungeert in dit proces als een enorm reservoir. In tegenstelling tot de oceanen aan het oppervlak, bevindt het water in de diepte zich niet in vloeibare vorm, maar is het chemisch gebonden in de kristalstructuren van mineralen. De ontdekking van deze ijzerrijke verbindingen biedt een verklaring voor hoe water vanuit de oppervlakkige lagen naar de diepste krochten van de mantel is gemigreerd en daar is vastgelegd. Deze interactie tussen ijzer en water op extreme diepte heeft volgens een fundamentele invloed op de algehele chemische samenstelling en de evolutie van de planeet.
De wetenschappelijke implicaties van deze vondst zijn groot, vooral voor de studie van de grens tussen de kern en de mantel. De aanwezigheid van water in deze zones kan de viscositeit van de mantel beïnvloeden. Dit is cruciaal omdat de stroperigheid van de mantel direct effect heeft op processen zoals de platentektoniek en de vulkanische activiteit die we aan het oppervlak waarnemen. Hoewel de exacte hoeveelheden water nog nauwkeurig bepaald moeten worden, wijzen de eerste gegevens erop dat deze mineralen een sleutelrol spelen in de globale hydrologische cyclus.
Deze ontdekking dwingt geologen om bestaande modellen over de vorming van de aarde te herzien. Waar voorheen vaak werd gespeculeerd dat water op aarde hoofdzakelijk afkomstig was van externe bronnen, zoals asteroïden of kometen, suggereert dit onderzoek dat een aanzienlijk deel van het water mogelijk al sinds het begin in de diepte aanwezig was. De analyse van benadrukt dat de antwoorden op de oorsprong van ons water mogelijk dieper in de eigen planeet liggen dan eerder werd aangenomen.