De voorzitter van de wereldvoetbalbond FIFA, Gianni Infantino, heeft aangekondigd te onderzoeken of er extra financiële middelen kunnen worden vrijgemaakt voor de 211 nationale voetbalbonden. Deze stap volgt op expliciete verzoeken van continentale bonden, waaronder de UEFA en Concacaf, die pleiten voor een aanzienlijke uitkering uit de reserves van de wereldbond.
Volgens berichtgeving van vrtnws.be hebben de UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin en de voorzitter van de Concacaf, Victor Montagliani, in een brief aan Infantino gevraagd om een bedrag van 1,85 miljard euro uit de reserves vrij te maken. In hun voorstel suggereren zij dat elke aangesloten nationale bond een bedrag van minstens 10 miljoen dollar zou moeten ontvangen.
In een e-mail aan de voorzitters en vicevoorzitters van de zes continentale bonden, waarbij ook de leden van het FIFA-bestuur in kopie stonden, liet Infantino weten dat de beoordeling van dit voornemen op 15 oktober aan de FIFA-raad zal worden voorgelegd. Hoewel de voorzitter aangaf het hoogst mogelijke niveau van aanvullende financiering te zullen ondersteunen, benadrukte hij dat dit op een verantwoorde en transparante wijze moet gebeuren, in overeenstemming met de statuten en het reglement van de bond.
Infantino weigerde in zijn correspondentie alvast concrete bedragen voor de herverdeling te noemen. Hij stelde dat een definitieve beslissing pas kan vallen na een grondige bestudering van de financiële situatie en na goedkeuring door het bestuur. De komende bestuursvergadering op 15 oktober is bovendien de eerste sinds een eerder, mislukt plan van de voorzitter om het wereldkampioenschap open te stellen voor particuliere investeerders.
Ter verdediging van dat eerdere voorstel verklaarde Infantino dat het doel ervan was om de investeringen in het voetbal te verhogen. Hij benadrukte dat dit plan nooit bedoeld was om steun te vervangen die op een verantwoorde manier uit bestaande middelen kon worden gefinancierd. De huidige onderzoeken naar extra uitkeringen lijken daarmee een alternatieve route te zijn om de financiële behoeften van de nationale bonden te adresseren.