Honden blijken in staat om abstracte klanken te verbinden met specifieke geometrische vormen. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze dieren een vergelijkbare cognitieve neiging vertonen als mensen, waarbij zij een ronde vorm koppelen aan het woord 'bouba' en een scherpe, stekelige vorm aan het woord 'kiki'.
Dit fenomeen, dat wereldwijd bij mensen wordt waargenomen en bekendstaat als het bouba-kiki-effect, suggereert dat de koppeling tussen geluid en vorm niet uniek is voor de menselijke taal. Volgens berichtgeving van newscientist.com is dit effect nu ook bij honden aangetoond via experimenteel bewijs.
Experimentele aanpak
Een onderzoeksteam van de Universiteit van Parma, onder leiding van Eleonora Biffi, testte deze associaties bij een groep van 51 volwassen honden. Tijdens de proeven werden de dieren in een ruimte geplaatst waar twee verschillende afbeeldingen werden getoond: één ronde en één stekelige vorm. De onderzoekers spraken vervolgens de nonsenswoorden 'bouba' en 'kiki' uit om de reactie van de honden te observeren.
De resultaten lieten een duidelijke trend zien. Wanneer het woord 'bouba' klonk, richtte 56 procent van de honden hun aandacht op de ronde afbeelding. Bij het horen van 'kiki' keek 63 procent van de honden naar de stekelige vorm. Zoals beschreven door , wijst dit op een significante link tussen de gehoorde klank en de visuele waarneming.
Controle op externe beïnvloeding
Om te garanderen dat de honden niet simpelweg reageerden op subtiele aanwijzingen van hun eigenaren, voerde het team een tweede testronde uit. In deze fase droegen de eigenaren koptelefoons met muziek, waardoor zij de woorden van de onderzoekers niet konden horen.
Zelfs zonder mogelijke hulp van hun menselijke partners bleven de resultaten consistent. De honden behielden hun voorkeur voor de specifieke vormen, waarbij de associatie tussen 'bouba' en de ronde vorm zelfs sterker naar voren kwam dan in de eerste fase. Deze bevindingen worden ondersteund door de analyse van .
Wetenschappelijke betekenis en co-evolutie
De ontdekking dat honden dit effect vertonen, heeft bredere implicaties voor het begrip van hersenmechanismen. Het suggereert dat de manier waarop informatie uit verschillende zintuigen wordt geïntegreerd, gebaseerd is op algemene principes die verder gaan dan de menselijke soort. Het bouba-kiki-effect is eerder ook al waargenomen bij andere dieren, zoals kuikens en mogelijk makaakapen, wat de theorie van een gedeeld biologisch mechanisme versterkt.
Toch blijft er een fundamentele vraag over de oorsprong van dit gedrag. Het blijft echter onduidelijk of deze reactie aangeboren is of het resultaat is van langdurige blootstelling aan menselijke spraakpatronen en de co-evolutie van honden met mensen.