De stad Hasselt heeft officieel beroep aangetekend bij de Vlaamse overheid nadat de omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van het Dr. Willemsgebouw werd geweigerd. Met deze stap probeert het stadsbestuur de plannen voor een centrale woonsite te redden, waarbij de focus ligt op betaalbaar wonen, vergroening en stedelijke verdichting.
Gronden voor de weigering
De Limburgse deputatie weigerde de vergunning midden augustus. Volgens berichtgeving van vrtnws.be waren er verschillende kritiekpunten op het ontwerp. Zo werden de gebouwen als te hoog beschouwd, met een hoogte van 9,5 etages. Dit zou volgens het provinciebestuur storend zijn voor de buurt vanwege de inkijk in lager gelegen panden en de schaduw die de gebouwen zouden werpen.
Daarnaast was er onvoldoende aandacht voor parkeergelegenheden. Voor de geplande 140 appartementen waren slechts 34 parkeerplaatsen voorzien, wat volgens de deputatie ontoereikend is.
Visie van het stadsbestuur
De Hasseltse schepenen Frank Dewael (N-VA/Anders) en Dries Martens (Vooruit) uiten hun ongenoegen over de beslissing. Dewael benadrukt dat de locatie ideaal is voor verdichting, aangezien de site vlak bij het openbaar vervoer en diverse voorzieningen ligt. Hij stelt dat kernversterking en de zogenaamde 'bouwshift' enkel kunnen slagen wanneer er woningen worden gerealiseerd op de juiste, centrale plaatsen.
Schepen Martens wijst specifiek op het sociale aspect van het project. De eis voor betaalbare woningen was vanaf het begin van het proces vastgelegd. Martens stelt dat het onaanvaardbaar is om een centrale site jarenlang onbenut te laten, aangezien "met leegstand is niemand iets".
Details van het project
Het project is het resultaat van een voorbereidingsproces dat zes jaar in beslag nam. De plannen voorzagen in de bouw van 140 woningen, waarbij de historische gevel en de iconische toren van het gebouw behouden zouden blijven. Naast de woningbouw was er aandacht voor de leefomgeving: er waren plannen voor ontharding, een groene binnentuin en een nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers.
Door de weigering van de provincie vreest het stadsbestuur dat dit jarenlange traject nu voor een lange periode stil komt te liggen. De procedure ligt nu bij de Vlaamse overheid, die moet beslissen over het beroep van de stad.