Een recente wetenschappelijke analyse werpt nieuw licht op de geologische geschiedenis van Deimos, een van de twee kleine manen van Mars. Waar de grotere maan Phobos een oppervlak heeft dat duidelijk getekend is door groeven en talloze kraters, oogt Deimos voorheen relatief glad. Uit onderzoek blijkt nu dat dit uiterlijk het resultaat is van een specifieke, massale inslag die het gelaat van de maan fundamenteel heeft veranderd.
Het meest prominente bewijs voor deze gebeurtenis is een enorme krater op de zuidpool van de maan. Deze depressie heeft een breedte van circa 10 kilometer, een indrukwekkende omvang aangezien de totale diameter van Deimos slechts ongeveer 12 kilometer bedraagt. Volgens een artikel van universetoday.com heeft deze inslag niet enkel de krater gevormd, maar ook een aanzienlijke hoeveelheid regoliet — fijn gesteente en stof — over het gehele oppervlak verspreid.
Deze dikke laag stof fungeert als een masker dat oudere en kleinere kraters bedekt, waardoor de maan vanuit een afstand gladder lijkt dan hij in werkelijkheid is. De studie, die werd geleid door Sabina Raducan van de Universiteit van Bern en gepubliceerd in Nature Astronomy, omschrijft de inslag als "subcatastrofaal". Dit betekent dat de klap krachtig genoeg was om de fysieke verschijning van de maan te wijzigen, maar niet zo extreem dat het hemellichaam volledig uit elkaar spatte. De details over deze transformatie zijn verder uitgewerkt in de berichtgeving van .
De nieuwe inzichten zijn mede mogelijk gemaakt door data van het Hera-ruimtevaartuig van de Europese Ruimteagentschap (ESA). In maart 2025 voerde Hera een gravity-assist manoeuvre uit bij Mars, waarbij het toestel Deimos van zeer dichtbij kon observeren. Tijdens deze passage werden navigatiesystemen getest door te focussen op specifieke oppervlaktekenmerken, waaronder diverse inslagkraters. Deze waarnemingen bevestigen dat er onder de gladde stoflaag inderdaad oudere kraters schuilen, wat aantoont dat Deimos constant is blootgesteld aan botsingen, net als andere objecten in ons zonnestelsel. Meer informatie over deze observaties is te vinden via .
Hoewel er nog discussie bestaat over de exacte oorsprong van Deimos en Phobos — waarbij theorieën variëren van gevangen asteroïden tot puin van een inslag op Mars zelf — tonen de recente gegevens aan dat kleine hemellichamen complexe geologische processen ondergaan. De data van de Hera-missie, zoals beschreven door , bewijzen dat een enkele gebeurtenis het uiterlijk van een maan op onverwachte wijze kan transformeren.