Stelios Kouloglou, een voormalig lid van het Europees Parlement, onderzoekt momenteel de mogelijkheid om gerechtelijke stappen te ondernemen in België. Deze beslissing volgt op de vaststelling dat zijn smartphone werd gecompromitteerd met Pegasus, een geavanceerde spionagesoftware ontwikkeld door een Israëlisch bedrijf. De digitale inbreuk vond plaats terwijl de politicus in Brussel werkzaam was.
De timing van de hacking is volgens apache.be bijzonder opvallend. Kouloglou was op dat moment namelijk betrokken bij Europese onderzoeken naar digitale surveillance. Hij maakte deel uit van een specifieke commissie binnen het Europees Parlement die belast was met het uitpluizen van diverse spywareschandalen binnen de grenzen van de Europese Unie. Terwijl hij dus actief meewerkte aan het blootleggen van misstanden rondom spionage, werd zijn eigen communicatiemiddel ongemerkt geïnfiltreerd.
Vanwege de aard van het incident zint de voormalige parlementariër nu op juridische procedures op Belgisch grondgebied. Het doel van deze actie is om via de rechter een diepgaand onderzoek af te dwingen. Volgens wil Kouloglou dat de omstandigheden rondom de hacking "tot op het bot" worden uitgezocht. Door de zaak in België te brengen, hoopt hij duidelijkheid te verkrijgen over de identiteit van de opdrachtgever en de exacte methode waarop de software is ingezet. De keuze voor de Belgische rechtbank is direct gekoppeld aan het feit dat de hacking plaatsvond tijdens zijn ambtstermijn in Brussel.
De inzet van Pegasus is wereldwijd een bron van grote zorg.
De situatie rondom Kouloglou illustreert de kwetsbaarheid van de digitale communicatie van Europese functionarissen. Het feit dat een lid van een commissie die juist onderzoek deed naar spionagepraktijken zelf doelwit werd, benadrukt de potentiële impact van dergelijke software op democratische processen. Zoals ligt de focus nu op het afdwingen van transparantie over de bron en het doel van deze spionage via de juridische weg.
Hoewel de intentie om naar het recht te stappen duidelijk is, blijven sommige details nog onbekend. Er is op dit moment nog geen brede communicatie over de exacte datum waarop de hacking plaatsvond of welke specifieke bewijslast er in de komende rechtszaak zal worden gepresenteerd. De zaak wordt gezien als een belangrijke test voor de manier waarop Europese politici zich kunnen beschermen tegen digitale infiltratie, zeker wanneer zij binnen de eigen instellingen.