De toenemende netcongestie in Vlaanderen vormt een directe bedreiging voor de economische stabiliteit en de uitvoering van de energietransitie. Terwijl het aantal bedrijven dat moet wachten op een aansluiting op het elektriciteitsnet exponentieel stijgt, waarschuwen werkgevers voor enorme financiële verliezen indien er geen structurele oplossingen worden gevonden voor de overbelaste infrastructuur.
De druk op het Vlaamse elektriciteitsnet is de afgelopen jaren dramatisch verslechterd, waarbij de vraag naar capaciteit de aanbodzijde van het netwerk structureel overstijgt. Volgens cijfers van voka.be is de stijging in het aantal dossiers dat niet meer via de klassieke weg kan worden aangesloten, zeer alarmerend. Waar er in maart 2025 nog sprake was van 35 dossiers die problematisch waren, steeg dit aantal in maart 2026 naar 1250 dossiers. Een aanzienlijk deel van deze aanvragen, namelijk zo'n 600 projecten, heeft betrekking op de ontwikkeling van batterijparken. Deze explosieve groei zorgt ervoor dat de netcapaciteit in steeds meer regio's ontoereikend wordt.
De congestie beperkt zich niet enkel tot de lagere spanningsniveaus, maar raakt ook de kern van de energievoorziening. In een bericht van vrt.be werd melding gemaakt van 181 aanvragen voor het hoogspanningsnet die momenteel in de onderzoeksfase zitten. Deze bedrijven kunnen niet onmiddellijk worden aangesloten omdat de netbeheerders Elia en Fluvius vrezen voor een overbelasting van het net. Hoewel de netbeheerders benadrukken dat particulieren en nieuwe woningen nog wel zonder problemen kunnen aansluiten, zoeken zij naar manieren om industriële aansluitingen via flexibele methoden toch mogelijk te maken. Hiervoor wordt in de nieuwe contracten vaak een flexibiliteitsclalarule opgenomen, die de netbeheerder toestaat om de stroomvoorziening tijdelijk te beperken bij een dreigend tekort of overschot.
Voor de zware industrie, met name in de regio Antwerpen-Waasland, zijn de gevolgen van deze beperkingen al zeer tastbaar. De industrie staat voor de enorme taak om de uitstoot te verminderen via elektrificatie, maar de infrastructuur staat dit proces in de weg. Volgens is de ambitie dat een groot deel van de industriële bedrijven hun elektriciteitsgebruik binnen de komende vijf tot tien jaar met 23% zal verhogen om aan de Europese normen te voldoen. De transitie naar e-boilers en warmtepompen is essentieel, maar het lokale distributienet is momenteel niet voorbereid op deze massale verschuiving. Ondanks de aanwezigheid van expertise, zoals via het Electrification Institute van de Universiteit Antwerpen, blijft de fysieke aansluiting het grootste knelpunt.
De problematiek van netcongestie is een breder Europees fenomeen. In Nederland is de situatie reeds lang aan de orde en de impact daar is enorm. Zo wordt in een analyse van cultuurondervuur.nl vermeld dat er in Nederland maar liefst 14.000 bedrijven op een wachtlijst staan voor een aansluiting. Dit wordt deels toegeschreven aan de snelle integratie van variabele wind- en zonne-energie op een netwerk dat oorspronkelijk is ontworpen voor een andere manier van energieopwekking.
Om een volledige stop op nieuwe investeringen te voorkomen, heeft de werkgeversorganisatie een plan voorgelegd met vier cruciale verbeterpunten. De organisatie pleit voor een duidelijke prioriteitsstelling waarbij de elektrificatie van industriële zones en havens voorrang moet krijgen. De gedelegeerd bestuurder van Voka, Frank Beckx, waarschuwt dat het uitblijven van een gecoördineerde aanpak tussen beleid, netbeheerders en regulatoren zal leiden tot miljardenschade voor de Vlaamse economie. Er is volgens de organisatie een dringende noodzaak om de wachtrijen beter te organiseren en het netwerk structureel te versterken om de economische groei en de klimaatdoelstellingen te waarborgen.