Modderstromen hebben het grensgebied tussen Nepal en Tibet verwoest. Dorpen zijn letterlijk van de kaart geveegd. De ramp begon een week geleden en de menselijke tol is enorm.
Volgens hln.be zijn er inmiddels 1.225 doden. Bijna 4.800 mensen worden nog vermist.
Groot verschil tussen beide landen
De cijfers vertellen een opvallend verhaal. In Nepal vielen in de eerste acht dagen meer dan 1.100 doden. Meer dan 4.000 mensen bleven vermist.
In Tibet ziet het beeld er heel anders uit. Het officiële dodental bleef lange tijd steken op 16. Pas recent meldden Chinese staatsmedia een stijging naar 21 doden. Daarbij zouden 541 mensen vermist zijn, aldus vrtnws.be.
Waarom twijfelt iedereen aan de cijfers?
Tibetaanse mensenrechtenorganisaties reageren met scepsis. Volgens hen zijn de officiële statistieken een zware onderschatting. De Chinese overheid zou de werkelijke omvang achterhouden.
Een correspondent in China legt uit dat onafhankelijke journalisten het gebied niet in komen. China controleert de informatiestroom strikt. Verslaggevers krijgen geen toegang tot de getroffen zones. De wereld ziet alleen wat de Chinese overheid wil laten zien.
Beeldvorming onder controle
De Chinese overheid wil naar buiten toe een beeld van controle uitstralen. Staatsmedia tonen reddingsteams die, geflankeerd door de Chinese vlag, slachtoffers helpen. Omdat journalisten niet welkom zijn, ontbreekt onafhankelijke controle op deze beelden.
De hulpverlening gaat door. Maar de onzekerheid over het echte aantal slachtoffers in Tibet blijft groot. De toegang tot informatie in de autonome regio blijft streng gereguleerd.