Twee beenfossielen die zijn opgedregd van de zeebodem bij Taiwan blijken afkomstig van Denisovans, een uitgestorven mensensoort. De grootte van de botten suggereert dat deze oermensen wel 190 centimeter lang konden worden, zo meldt newscientist.com.
Grootste Homo-botten uit het Pleistoceen
De twee Denisovans leefden ongeveer 45.000 jaar geleden en behoorden tot de grootste mensen van hun tijd. Eén individu, met een geschatte lengte van 190 centimeter, was ongeveer 20 centimeter groter dan de gemiddelde man vandaag de dag. De botten, een dijbeen en een scheenbeen, werden door vissers opgehaald uit de Penghu-zeestraat ten westen van Taiwan.
Het onderzoeksteam onder leiding van Yousuke Kaifu van de Universiteit van Tokio in Japan analyseerde de botten van twee verschillende individuen. Door middel van eiwitanalyse in de botten konden de onderzoekers vaststellen dat de fossielen afkomstig waren van Denisovans. De botten, bekend als Penghu 2 en 3, behoren tot de grootste Homo-beenderen uit het Pleistoceen die ooit zijn gevonden, aldus de onderzoekers.
Opvallende lichaamsafmetingen
Volgens het onderzoek was Penghu 2 waarschijnlijk een mannelijk individu met een gewicht van ongeveer 83 kilogram en een lengte van circa 180 centimeter. Penghu 3, ook vermoedelijk een man, woog naar schatting 91 kilogram en was ongeveer 190 centimeter lang. Dat betekent dat Penghu 3 tot 30 centimeter boven zijn Homo erectus-verwanten uitstak en qua lengte en gewicht vergelijkbaar was met de grootste Homo-specimens uit Afrika en Europa.
De Denisovans zijn een raadselachtige groep oermensen die tot ongeveer 30.000 jaar geleden in Azië leefden. Ze werden voor het eerst ontdekt in 2010, maar er zijn slechts enkele fossielen gevonden, waardoor er weinig bekend is over hun biologie en levenswijze.
Meerdere mensensoorten in Azië
Tijdens het Pleistoceen, dat liep van 2,58 miljoen tot 11.700 jaar geleden, waren het Aziatische vasteland en de Zuidoost-Aziatische eilandengroep de thuisbasis van meerdere mensensoorten, waaronder Homo sapiens, Homo erectus, Denisovans, Homo floresiensis en Homo luzonensis. De vondst van de grote beenfossielen werpt nieuw licht op de diversiteit in lichaamsgrootte onder deze vroege mensachtigen.
Adam Brumm van de Griffith University in Brisbane, Australië, die niet betrokken was bij het onderzoek, zegt dat de Taiwanese Denisovans "groot" waren, zo citeert . De onderzoekers zelf, die niet beschikbaar waren voor een interview, hebben geen commentaar gegeven.
Betekenis voor de paleoantropologie
De vondst is opmerkelijk vanwege de grootte van de botten. Deze nieuwe bevindingen suggereren echter dat sommige Denisovans aanzienlijk groter waren dan andere oude mensensoorten. De combinatie van lengte en gewicht plaatst deze individuen in een categorie die voorheen alleen bekend was van de grootste Homo-vondsten in Afrika en Europa.
De fossielen werden opgedregd van de zeebodem, wat bijzonder is omdat de meeste vondsten van oermensen op het land worden gedaan. De botten werden opgedregd van de zeebodem. De vondst benadrukt het belang van maritieme vindplaatsen voor het onderzoek naar menselijke evolutie.