Het Britse Department for Education (DfE) onderzoekt een nieuwe methode om de standaarden voor geletterdheid bij basisschoolleerlingen te toetsen. In plaats van authentieke teksten van kinderen te gebruiken, experimenteert het ministerie met het inzetten van kunstmatige intelligentie om referentiemateriaal te creëren voor moderatoren. Deze verschuiving is voornamelijk ingegeven door de wens om de operationele kosten aanzienlijk te reduceren.
In Engeland en Wales worden leerlingen in Year 6 onderworpen aan toetsen aan het einde van Key Stage 2 (KS2). Om te waarborgen dat de cijfers die door leraren worden toegekend consistent en eerlijk zijn, worden deze gecontroleerd door een groep van ongeveer 2.000 moderatoren. In het traditionele proces vergelijken deze experts het werk van leerlingen met scripts die daadwerkelijk door schoolkinderen zijn geschreven. Volgens newscientist.com wil het DfE deze menselijke voorbeelden vervangen door output van het GPT-5 model van ChatGPT.
De financiële prikkel achter dit initiatief is groot. Het ministerie stelt dat de jaarlijkse uitgaven voor het verzamelen van echte teksten, die momenteel op circa 100.000 pond worden geschat, met maar liefst 95 procent kunnen dalen door over te stappen op synthetische teksten. De bij de implementatie van deze nieuwe aanpak.
Implementatie en kwaliteitsbewaking
Het project bevindt zich momenteel in een testfase. GPT-5 wordt gebruikt om drie specifieke collecties teksten te genereren voor één enkele standaardisatie-oefening. Om te voorkomen dat de AI onrealistische teksten produceert, worden de resultaten eerst gecontroleerd door ongeveer 20 ervaren moderatiemanagers van lokale autoriteiten. Zij moeten de authenticiteit van de teksten bevestigen voordat de bredere groep moderatoren ermee gaat werken.
Het ministerie voert deze transitie geleidelijk door. Voor de periodes 2026-27 en 2027-28 zal er nog steeds één volledige oefening worden uitgevoerd met scripts van echte kinderen, die via een extern contract worden ingekocht. In de lente van 2027 zal de Britse overheid een definitieve beslissing nemen over de vraag of de productie van voorbeelden via AI permanent wordt voortgezet of dat men terugkeert naar menselijke bronnen.
Kritiek op validiteit en ethiek
De introductie van synthetische teksten in een officieel beoordelingsproces roept echter fundamentele vragen op. Critici betwijfelen of een taalmodel de specifieke nuances, fouten en schrijfstijlen van een kind in Year 6 accuraat kan simuleren. Rebecca Clarkson van Anglia Ruski wijst op de problematische aard van deze methode. Zoals , ziet zij het gebruik van niet-menselijke voorbeelden als een ethisch en filosofisch probleem.
Daarnaast is er bezorgdheid over de transparantie van het project. Uit openbare registers blijkt dat het ministerie tot op heden geen formele effectbeoordeling (impact assessment) heeft uitgevoerd voor dit AI-systeem. Hierdoor is onduidelijk wat de mogelijke gevolgen zijn van het gebruik van kunstmatige teksten op de uiteindelijke beoordeling van de leerlingen. De voedt de discussie over de vraag of efficiëntie en kostenbesparing hierbij boven de pedagogische validiteit zijn gesteld.