België heeft tijdens de intense hittegolf van eind juni 2026 de hoogste landelijke oversterfte van heel Europa gekend. Volgens definitieve cijfers van Sciensano stierven er in totaal ongeveer 2.000 mensen meer dan gemiddeld, wat neerkomt op een oversterfte van 48 procent.
De hittegolf, die aanhing tussen 18 juni en 3 juli, bleek uitzonderlijk dodelijk. In vergelijking met andere Europese landen die soortgelijke temperaturen registreerden, was de impact in België het grootst. Zo lag de oversterfte in Frankrijk op 23 procent en in Nederland op 13 procent, aldus berichtgeving van bruzz.be op basis van gegevens van het Europese mortaliteitsnetwerk EuroMOMO.
Recordcijfers en dodelijkste dagen
De sterftecijfers tijdens deze periode zijn de zwaarste sinds het begin van de officiële analyses in 2000. Ter referentie bedroeg de oversterfte tijdens eerdere zware hittegolven, zoals in augustus 2006 en 2020, respectievelijk 31 procent en 37,5 procent.
Een kritiek punt in de tijdlijn was 27 juni, waarop 651 overlijdens werden geregistreerd. Volgens voorlopige gegevens van Statbel was dit waarschijnlijk de op één na dodelijkste dag van deze eeuw in België, overtroffen door enkel de piek tijdens de eerste coronagolf op 10 april 2020. De extreme hitte werd gekenmerkt door zeven tropische dagen met temperaturen boven de 30 graden, waarbij de piek in Ukkel op 26 juni opliep tot 35,5 graden Celsius. Ook de nachttemperaturen waren ongewoon hoog, met een recordminimum van 24,1 graden.
Regionale verschillen en socio-economische factoren
De impact van de hittegolf was ongelijk verdeeld over de Belgische gewesten. Wallonië werd het zwaarst getroffen met een oversterfte van 77 procent, wat resulteerde in 1.059 extra sterfgevallen. In Vlaanderen bedroeg de oversterfte 31 procent (768 overlijdens) en in Brussel 63 procent (188 overlijdens), zoals vermeld door vrt.be.
Biostatisticus Geert Molenberghs wijst op een socio-economische component bij deze verschillen. Hij stelt dat bewoners van kleinere appartementen met een hoge bezettingsgraad een hoger risico lopen dan mensen in grote, vrijstaande woningen met groen eromheen. Daarnaast wordt de "wanordelijke" manier van bouwen in Vlaanderen genoemd als een factor die bijdraagt aan de hittestress.
Sciensano voegt toe dat de hogere sterfte in Wallonië mogelijk ook te verklaren is door een lagere algemene levensverwachting, waardoor de bevolking daar kwetsbaarder is. Ook de hogere ozonconcentraties in Wallonië, veroorzaakt doordat de kern van de hittekoepel in Frankrijk lag, speelden een rol.
Kwetsbare groepen en het 'na-ijleffect'
Hoewel extreme hitte vaak wordt geassocieerd met ouderen, trof deze golf alle leeftijdsgroepen. De health.belgiube rapporteerde al vroeg in de crisis dat er ook significante oversterfte was in de groep onder de 65 jaar.
Het uiteindelijke dodental werd naar boven bijgesteld van aanvankelijk 1.747 naar ongeveer 2.000 slachtoffers. Deze stijging is volgens opennieuws.be te verklaren door een vertraging in de administratieve registratie van overlijdens en een zogenaamd 'na-ijleffect'. Hierbij overlijden mensen pas enkele dagen na de eigenlijke hittepiek aan de complicaties van de extreme temperaturen.
De ernst van de situatie leidde ook tot operationele problemen; tijdens de hittegolf werden vijf ziekenhuizen tijdelijk afgekoppeld van het 112-alarmnummer omdat zij de toestroom van patiënten niet meer aankonden.