Andrew Mountbatten-Windsor, de broer van de Britse koning Charles, heeft een gerechtelijke procedure gestart tegen de politie van Thames Valley. De voormalige prins stelt de rechtmatigheid van de huiszoekingsbevelen die in februari zijn toegepast in twijfel. Volgens berichtgeving van vrtnws.be staat deze kwestie centraal tijdens een hoorzitting die op donderdag plaatsvindt.
De juridische strijd volgt op de arrestatie van Andrew op 18 februari, een datum die samenviel met zijn 66e verjaardag. De politie nam hem die ochtend op op het koninklijke landgoed Sandringham. In het verlengde hiervan voerden speurders huiszoekingen uit in diverse woningen van de ex-prins, zowel huidige als voormalige verblijfplaatsen.
Het onderzoek richt zich op een mogelijke verdenking van wangedrag in een openbare functie. De autoriteiten onderzoeken specifiek de periode tussen 2001 en 2011, waarin Andrew de functie van handelsgezant bekleedde. Deze rol gaat gepaard met een strikte geheimhoudingsplicht. De politie probeert vast te stellen of hij in die tijd vertrouwelijke informatie van de regering heeft gedeeld met externe partijen. Onder deze partijen zouden onder andere de Amerikaanse zedendelinquent Jeffrey Epstein, diverse investeerders en een Chinese spion vallen, zo meldt .
De Britse krant The Telegraph was als eerste met het nieuws over de rechtszaak. De politie van Thames Valley heeft inmiddels bevestigd dat zij betrokken zijn bij deze procedure over de afgifte van de huiszoekingsbevelen. De zitting zal achter gesloten deuren worden gevoerd om de privacy en de gevoeligheid van de zaak te waarborgen.
Ondanks de lopende juridische procedure over de manier waarop de bewijslast is verzameld, blijft het bredere onderzoek naar de activiteiten van Andrew Mountbatten-Windsor onverminderd doorgaan. De politie heeft laten weten dat de resultaten van de huiszoekingen en de verdere analyse van de feiten nog steeds onderdeel uitmaken van het actieve onderzoek.