In een recent pre-print artikel wordt gesuggereerd dat geavanceerde buitenaardse beschavingen mogelijk geen licht van sterren oogsten, maar hun rotatie-energie gebruiken. Deze methode zou veel moeilijker te detecteren zijn dan de bekende Dyson-bollen.
Het zoeken naar zogenaamde 'technosignatures' — bewijzen van technologie gecreëerd door intelligent leven in het universum — is een complexe uitdaging voor astronomen. Een van de meest besproken concepten is de Dyson-bol, een megastructuur die een ster volledig omsluit om alle uitgezonden lichtenergie op te vangen. Hoewel wetenschappers al decennia zoeken naar de infrarode restwarmte die dergelijke structuren zouden uitstoten, is er tot op heden geen definitief bewijs gevonden.
Volgens een nieuw onderzoek van de Turkse scholier Sahin Torlakcik, gepubliceerd op arXiv, kan dit komen doordat de mensheid naar het verkeerde type energie zoekt. In zijn paper introduceert hij het concept van 'Stellar J-Harvesting'. Hierbij gaat het niet om het opvangen van licht, maar om het doelbewust onttrekken van het rotationele impulsmoment van een ster.
Voordelen van rotatie-oogst boven licht-oogst
De methode van Stellar J-Harvesting biedt volgens de auteur twee significante voordelen ten opzichte van een Dyson-bol of een Dyson-zwerm. Ten eerste is er aanzienlijk minder fysiek materiaal nodig om een dergelijk systeem te bouwen. Ten tweede is de thermische handtekening veel minder prominent. De restwarmte die bij dit proces vrijkomt, zou miljoenen malen lager zijn dan de totale lichtkracht van de ster, waardoor de installaties vrijwel onzichtbaar blijven voor de huidige infrarode surveys. Deze theorie wordt verder uitgewerkt in een artikel van universetoday.com.
Theoretische technieken voor energie-extractie
Omdat het onmogelijk is om een mechanisch remsysteem op een ster te installeren, stelt Torlakcik elektromagnetische koppelingstechnieken voor om de energie te onttrekken. Hij beschrijft drie mogelijke scenario's:
- Alfvén-golfkoppeling: Hierbij zou een enorme geleidende structuur in de zonnewind worden geplaatst. Door interactie met laagfrequente oscillaties van magnetische velden (Alfvén-golven) kan het impulsmoment van de ster worden overgedragen aan de structuur.
- Lorentz-krachtkoppeling: Dit houdt in dat er een gigantische orbitale ring wordt gebouwd op een afstand van ongeveer 1 astronomische eenheid (de afstand tussen de aarde en de zon). Door gebruik te maken van de Lorentz-kracht — de kracht die een magnetisch veld uitoefent op een geladen deeltje — zou deze ring het impulsmoment van de ster kunnen 'afsnoepen'.
- Synchrotron spindown array: Deze methode maakt gebruik van synchrotronstraling, die ontstaat wanneer geladen deeltjes zoals elektronen met bijna de snelheid van het licht in een kromme baan bewegen.
Bredere context van kosmische megastructuren
De zoektocht naar technosignatures is onderdeel van een breder wetenschappelijk debat over hoe geavanceerde beschavingen zouden kunnen overleven in een uitdijend universum. Naast het oogsten van sterrenrotatie zijn er andere theoretische modellen. Zo wordt in berichtgeving van sciencenews.org gesuggereerd dat buitenaardse wezens mogelijk sterren zouden kunnen verzamelen of 'hoarden' om de effecten van een expanderend universum tegen te gaan.
Daarnaast zijn er speculaties over het herstructureren van sterrenstelsels. Volgens een studie die wordt besproken door livescience.com, zouden aliens sterren kunnen herarrangeerden in een poging om de invloed van donkere energie te bestrijden. Hoewel deze theorieën sterk speculatief zijn, helpen ze astronomen om nieuwe parameters te definiëren voor wat zij in de verre ruimte moeten zoeken.
Hoewel de huidige data nog geen directe bewijzen leveren, dwingen nieuwe theoretische modellen zoals die van Torlakcik de wetenschappelijke gemeenschap om verder te kijken dan alleen infrarode warmtebronnen. De mogelijkheid dat energie-extractie plaatsvindt via magnetische koppeling zou betekenen dat er overal in de kosmos 'onzichtbare' megastructuren kunnen bestaan die de rotatie van sterren beïnvloeden.
Voor meer informatie over de technische aspecten van deze detectiemethoden kunnen onderzoekers terecht bij platforms zoals phys.org, waar vaak wetenschappelijke pre-prints en peer-reviewed artikelen over astrofysica worden gedeeld.